E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 116
Derde deel
118
maar een
practisch vernuft,
maken van den vorm, waarin
maaltijd los te
Met at
wij dien
is
het
van den
wij niet in staat zijn dit onvergankelijke in het denkbeeld
dat
kennen en gebruiken.
dit blijvende
en onvergankelijke in den maaltijd hangt het dan ook saam,
de
Schrift ons de gelukzaligheid des
Heilige
het
in
rechtstreekse h uitvloeisel van Gods schepping
dien maaltijd iets ivezenlijks en onvergankelijks, ook al
ligt er in
is,
XXVIIL HOOFDSTUK VIL
ZOND.
van een maaltijd toekent.
beeld
XXV:
ge in Jesaia
We
6 leest: „En de Heere der heirscharen zal op dezen berg
eenen
allen
volken
wijn,
van vet vol mergs, van reine wijnen,
voorts verwezen
zij
hemels meer dan eens
herinneren slechts aan wat
vetten
maaltijd
naar Matth. VIII
bereiden,
:
een maaltijd van reinen
die gezuiverd zijn".
11; „Velen zullen
Waarbij
komen van Oosten
en Westen, en zullen met Abraham, Izaak en Jakob ««n^iï^en in het konink-
En om
Gods,"
rijk
niet
meer
mag
dit niet verstaan
de
dat
gezahgden
meer
;
tegenwoordige
zijn
den buik en de spijze zal
geteekend wordt. Toch
in aardse hen zin.
noch drinken
eten
het beeld van de bruiloft,
beidt, herhaaldelijk
van een maaltijd
niet
engelen Gods in hemel den zijn niet
noemen naar
te
waarin de heerlijkheid, die ons
ninkrijk van
der
staat
maaltijd,
God
want dat God
functie zal hebben,
te niet
doen"
niet zullen beërven.
heerlijkheid gedurig
aan
een
hieruit, dat er in
bruiloft,
Cor.
(1
VI
:
13)
maar
uit
den stroom des levens
vorm
der maaltijden los te maken»
gij
zelf de
in zijn
Woord
de beelden voor de heerlijkheid dit niet
God
zelf
lijke
gedachte belichaamde, nu schikt Hij zich niet naar
de
den maaltijd schiep, en dus in dien maaltijd
zijn eigen taal
verwezenlijkt heeft.
van
den
hand dat
toekomst
in
Zoo zoudt
wereld en die wereld de men-
hemels aan ons taalgebruik onlteend. Maar nu
Sacrament van het
zijn
en gebruikt beelden, die Hij
En waar nu de
heilig
uw
zoo
is,
heilig
maar
eigen goddetaalgebruik,
zelf uitgedacht
Heilige Schrift ons beide, èn het
Avondmaal, èn de eeuwige heerlijkheid
maaltijd voor oogen
het
blijkt
die het ons
van den maaltijd geschapen hadt. Dan zoudt ge
kunnen zeggen: „God heeft
beeld
dan
zijn,
ligt,
niet zeggen: „Dit alles is slechts beeldspraak".
wél kunnen spreken, zoo
maar spreekt
den
de eeuwigheid overgaat.
in
schelijke natuur de idéé
in
gewezen wordt, op het aanzitten aan een
den maaltijd nog een diepere gedachte
met ons
die toch
Ge moogt toch
•
„beide
en ten overvloede
;
Zoo nu echter desniettemin
en op een drinken
gelukt van den tegenwoordigen
niet
en
als
dat de „buik" inhet lichaam der heerlijkheid
en een eten van de boomen, die in het Paradijs van God
des
maar
vleesch en bloed", die door de spijzen onderhouden worden, het ko-
,,dat
ge
We weten toch
in eigenlijken zin,
stelt,
daar
ligt
het vermoeden voor
Avondmaal ook een heenwijzing
van onzen Heere Jezus Christus.
in het
ligt
op de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's