E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 50
Derde deel
XXVII. HOOFDSTUK VIL
ZOXD.
neemt," maar dat Hij ons aanneemt. Geheel de kerk der geloovigen sluit dus zich zelve
Komen
hierbij in.
deze ouders hier dus voor als geloovigen,
en wedergeborenen, dan volgt hieruit, dat eerst
toch
er
doen
later
maar op hetgeen
zal,
op, dat in heel dit
derkens
yiiet
gedaan
God
op wat
dit alles slaat niet
Hij reeds
Men
heeft.
lette
schoone stuk tusschen de ouders en de kin-
onderscheiden wordt, maar dat
dit alles
gezegd wordt van de
ouders en de kinderkens saam, die samen onder het woordeke ons begre,
pen worden. „Als
icij
den naam des Zoons gedoopt worden, zoo ver-
in
wascht
zegelt ons de Zoon, dat hij ons
in zijn bloed
van
Vooral het derde stuk spreekt hier sterk. „Zoo worden wij ook
vermaand
den Doop
door
éénigen God, Vader, Zoon
^
tot
hebben voor iemand, volwassen
met
of
te
wandelen." Hoe zou
nog kindeke,
genade gewerkt had? Of hoe zou
zijn
hiertoe in staat zijn?
dezen
en Heilige Geest, lief te hebben van ganscher
nieuw godzalig leven
harte, en in een
wederom
om
nieuwe gehoorzaamheid,
een
zonden."
alle onze
Daarom
in
ooit een
mede-weten"
zin
onwedergeborene
volgt er dan ook, dat dit ons wel
schijnt hoe een kindeke „zonder zijn
nu
dit
wien God nog niet
vreemd
genade kan aange-
in
maar dat deze bevreemding ophoudt, zoo we slechts indenken, hoe hetzelfde kindeke „eveneens zonder zijn medeweten" der verdoemenisse in Adam deelachtig is. De genade mag niet achterstaan bij het verderf. Werkt het verderf reeds in een jong kindeke, de genade kan
nomen
zijn,
het eveneens. r'
maar
„als
En op
dien grond nu moeten de kinderkens niet als heidenen,
erfgenamen van
het rijk
van God en van
zijn Verhond''
gedoopt
worden.
En nu in **
volgt het gebed, dat begint
den Zondvloed en het gebeurde
de
leeftijd plaats heeft; terwijl
deren
alleen
uitwerking
die
denkbaar en bestaanbaar de
uitverkoren
afgebeden.
^
bij
de Eoode
heiligen
Zee, waarbij beide
is,
behooren,
vooral in het gebed zelfs voor deze kin-
der
wordt afgesmeekt,
genade
die alleen
in de onderstelling dat deze kinderkens tot
en alleen in dat geval voor hen
De eenige bedenking,
die
men
hiertegen zou
mag worden
kunnen maken,
in de bede, dat ze door den Heiligen Geest in Christus Jezus
ligt
loorden
ingelijfd.
Dat toch kon het vermoeden doen
den Doop nog buiten Christus stonden. Dat kan
zijn, blijkt uit
hier
voorkomen,
van
mochten
rijzen, alsof ze
dit echter
voor
de bedoeling niet
wat we straks reeds aanmerkten, dat deze kinderkens
„als zijnde in Christus geheiligd en als zijnde
lidmaten
Christus' kerk." Deze schijnbare tegenstrijdigheid zal echter, na onze
breede
meer
Doop
malen
met de ouders gerekend worden, en geen onderscheiding
kinderkens
van
met de typen van den
verklaring
van de sacramenteele genade
moeilijkheid baren.
Ons Formulier
in
den Doop, niemand
wijst hierin op de bijzondere ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's