E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 23
Derde deel
XXVII HOOFDSTUK
ZOKD.
Zoo hangt dan nu alles ten de Heere in lijk
goudveld
van
als eigenaar
„De goudader begint pas op volwassen
moet de kerk
die
dan volwassenen.
zegenend en
aan de
dat
Is het
heiligen
roeping
de
het
is
Blijkt uit de Heilige
goudveld, gezegd heeft:
dit
leeftijd,"
zorgend te stellen
Doop
in de
mag
laten liggen, en
dan
is alle
kinderdoop
/
de kerk niet anders doopen
daarentegen, dat God in zijn
der kerk,
uit
te
leeftijd
om
Woord ons
aanwijst,
volwassenen
niet enkel door de
ligt,
maar ook wel terdege door den
loopt,
dan
stil
goudader waar het goud in
de
God
dan hebben we met de kinderkens niets uitstaande, dan
ongeoorloofd,
dat
vraag, welke regel
den schoot der wereld gegeven heeft
uit
God de Heere,
dat
Schrift,
maar aan de
slotte
de uitdelving en ontginning van dat geeste-
Woord voor
zijn
25
III.
der kleine kinderkens gaat,
>
ook naar deze kleinen de handen
strekken, en moet ook het kleinste wicht,
voorwaarde voldoet, door het Sacrament van den
gemeenschap der zichtbare kerk weggeborgen en
be-
waakt. zoo
Eerst
men dan nu ook
zal
gevoelen,
waarom onze vaderen
zich
het bedienen van den kinderdoop zich steeds beriepen op tal van Schrif-
bij
met den Doop
tuurplaatsen, die oogenschijnlijk
in geen rechtstreeksch ver-
band stonden, en van wier bewijskracht velen de klem dan ook
niet
gevoelen.
Zoo
b.
V.
is
het
met wat we lezen
in Matth.
„Laat af van de kinderkens en verhindert ze Koninkrijk
hemelen," waarna
der
Wat, zoo vraagt men, heeft
woord
dit
luidt: Rechtstreeks niets.
van den Doop
niet gehandeld.
vraag
Maar
als ik,
bij
want dezulken
den volwassene begint, dan wel reeds
discipelen
kens volwassen
nog
konden ze
tegenover deze valsche opvatting dit
misgezien
ader
ook
is,
-
ant-
om
mijn regel voor den Doop
bij
de kinderkens gezocht moet veel^
ja
(7?/(^-s,
lm- >
in den waan, dat voor de goudader des
verkeerden
waren,
het
is
van het geestelijk leven eerst
worden, zegt deze uitspraak van den Koning der kerk
mers de
Jezus zegt:
Er wordt hier niet gedoopt en er wordt
of de goudader
geestelijken levens de kinderen
als
nu met den Doop temaken? En ons
vinden,
stel,
niet,
14,
hun zegenend de handen oplegde.
hij
te
de
XIX:
niet
tot
stelt
meetelden. Straks als die kinder-
Jezus
komen, nu nog
niet.
En
Jezus nu de stellige uitspraak, dat
dat de kinderkens niet zijn buiten te sluiten, dat de goud-
wel terdegen reeds in den kinderlijken
leeftijd
aanwezig kan
want dat derzulken haast meer nog, dan der volwassenen, is het Koninkrijk der hemelen. Haast meer nog, want Jezus stelt nergens de volwassenen aan de kinderkens ten voorbeeld, maar wel de kinderkens zijn,
ten voorbeeld aan de volwassenen. Hij zegt toch niet, dat deze kinderkens, straks opgegroeid, misschien ook in het Koninkrijk zullen
kunnen komen.
">
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's