E voto Dordraceno - pagina 228
ZONDAG
216
X.
Want gemis aan vertrouwen
zonde.
HOOFDSTUK is
I.
twijfelen of
God wel
uitzag en in al dit vooruitgeziene wel volkomenlijk
toegeven aan den vermetelen waan, alsof
gerekend hebben,
nog
En
iets vergat.
God
bij
God
alles
voorzag;
de Heere op
is
vooraltoos
iets niet
zou
de voorziening zou zijn tekort geschoten, of evenzoo
dit beseft
ge toch, ook maar één oogenblik
te
denken,
op hetzelfde oogenblik u op Godvergeten wijze aan loochening van zijn God-zijn schuldig maken. Want een God die iets vergat, zou immers ophouden God te zijn. dat
de Heere
En nu onze
iets
vergat,
is
laatste opmerking.
een woord dat van God den Heere niet dan kan gebezigd worden. Als gij iets vooruitziet, onderstelt dit dat er een zekere ruimte van weg voor u ligt uitgestrekt. Als er een muur voor u staat, kunt ge niet vooruitzien. Vooruit ziet ge dan slechts, als er onafhankelijk van uw wil of buiten uw toedoen een reeks gebeurVooruitzien
is
eigenlijk
in figuurlijken zin
tenissen staan te komen, die ge indenkt en
poogt
te
waarvan ge u een voorstelling
vormen.
Vooruitzien onderstelt dus eigenlijk altoos, dat datgene waarin ge blik slaat, er
ge
het
b.v.
koopt
dan
zelf het land, en
zult
komen
te
uw
komen zal buiten u om, en van uw wil onafhankelijk. Indien voornemen opvat om een boomgaard aan te leggen, en ge
ge
niet
poot zelf de stekken, en zet er zelf den tuin om,
zeggen: Ik heb vooruit gezien, dat er stekken zouden
staan op dien akker. Eenvoudig omdat ge nooit van vooruitzien
ge het zelf teweeg zult brengen en doen. Vooruitzien sluit daarom ons altoos in zich, het tot stand komen der dingen door een wil en
rept, als bij
macht buiten ons. En dit nu grijpt uit den aard der zaak bij den Heere onzen God nimmer plaats. Buiten zijn wil kan geen enkel schepsel zich roeren of bewegen, en alles loopt naar zijn Raad en naar zijn Bestel. Het vooruitzien is dus bij den Heere onzen God slechts het indenken van zijn eigen wil en raadsbesluit. En nu komt bij dit Raadsbesluit niet van achteren een poging bij, om alsnu te gaan voorzien in al hetgeen blijkens dien Raad noodig zal wezen. Neen, maar in dien Raad zelven is tevens en van eeuwig alle middel beraamd en alle voorziening genomen. En aan een te hulp schieten omdat zijn plan misging, kan niet dan goddelooslijk worden gedacht.
aan de eeuwigheid des Heeren Heeren! wat hiermee samenhangt, sluit altoos het denkbeeld in zich van een overgang van den eenen tijd in een anderen, en geheel dit begrip van tijd valt bij den Heere onzen God ganschelijk weg. Vandaar Dit
ligt
Vooruitzien, voorzien en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's