E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 303
Derde deel
XXXI. HOOFDSTUK
ZOND.
305
IX.
toch
is dit
een geheele onderstbovenkeering van de ordinantiën des Hee-
ren.
Want
al
kan de nood der
tijden er toe leiden, dat een
roepen
en
met de hulp van zulk een broeder in te geval God de Heere gedankt, dat Hij zulke broeder voor op zoo treffende wijze
gemeente tiën opzij
bekwaamd
mochten
zetten,
willige keuze, voor zijn
mag noch gevoed, alsof we
om
dit
in zulk
werk, soms
Christus' ordinan-
een vasten vermaner of oefenaar,
ambtsdrager
een
door hen, noch de
heeft; toch
denkbeeld
ooit het valsche
;
kerk wel doet
moet
al
n8ia,v
eigen-
in plaats te stellen.
NEGENDE HOOFDSTUK. Dezen
eene
wel
reuke
des
doods ten
maar genen eene reuke des levens ten wie
is
tot deze dingen
doode;
leven.
En
bekwaam? 2 Cor. 2: 16.
Het eerste stuk van de Sleutelmacht
ligt
dus daarin dat, gelijk onze
Catechismus zegt: „Achtervolgende het bevel Chrisü, 1». allen en een iegehun, zoo dikwijls lijk geloovige verkondigd en openlijk betuigd worde, dat als
zij
de beloftenisse des Evangeliums
waarachtigiijk alle
eeuwige
En
30.
hunne zonden van God, om de verdienste
Christi wille
Dat daarentegen allen ongeloovigen en diezich niet van bekeeren verkondigd en betuigd worde, dat de toorne Gods en de
vergeven harte
met een waar geloove aannemen,
zijn.
20.
verdoemenisse op hen
dat
God
blijft,
beide in dit en het
van het Evangelie oordeelen
zoolang als
toekomend
zij
zich niet bekeeren.
leven naar dit getuigenis
wil.
Drie stukken alzoo, die in onderling verband staan, en niet uiteen mo-
gen worden gerukt.
Waar nu komen
deze drie stukken op neer?
Allereerst hierop, dat
God
scheiding maakt, en dat wel een volstrekte schei-
ding tusschen geloovigen en ongeloovigen. Ten tweede, dat Hij deze scheiding
teweeg brengt naar een vaste ordinantie, die uitsluitend aan het geloof in Christus hangt. Ten derde, dat deze scheiding tusschen geloovigen en ongeloovigen een dubbele uitwerking vindt, op geestelijk gebied in het vergeven of houden
van de schuld onzer zonde; en voor ons uitwendig bestaan zaligheid,
of
eeuwige rampzaligheid. Ten
heeft deze zijn ordinantie, die voor E VOTO DORDR.
III.
vierde,
dat
in
eeuwige geluk-
het Gode beliefd
nu en voor eeuwig geldt aan ons zon20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's