E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 403
Derde deel
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK
Btj
II.
405
deze wedergeboorte nu staan aanstonds twee
dingen op te merken,
dat er een geboorte plaats grijpt, en ten andere, dat deze geboorte
w.
t.
maar
een ander persoon doet uitkomen,
niet
Immers
dere wijze.
Wat nu delijk
is
denzelfden persoon op an-
maar wedergeboorte.
niet slechts geboorte,
dat
straks
mensch moge
Die nieuwe
treden.
bekeering een nieuwe mensch naar buiten
de
in
nog schuil
tijdelijk
en den slaap der onbewusten hebben geslapen, zoodat en opstaan,
om
wereld waarneembaar
in de
te
in de bekeering deze nieuwe
kan
zy; en
hij
moet opwaken
hij
wezen; maar altoos moet
boren
zijn
van nature wordt keering zou
vandaan,
er zoo ver
opstaan,
en
onze natuurlijke
en
dat deze oude
ter
in
En dat gegeboorte, want
De zaak
Op den „nieuwen" mensch,
in dit ons,
lijken
zin
iets
van een beteren
maar dan
dan dat
zijn,
er een
is dit
„nieuwen mensch"
kige voorstelling
af,
mensch
dat er
tot aanzijn
^"^
wa-
de natuur-'
aldus ontstane plaats gegre-
een nieuwe mensch.
Men
spreekt toch
geest, een reiner neiging >
oneigenlijk ge'&'^roken. In eigen-
kan het product van een wezenlijken
anders
van den
zij
valt hier al de nadruk.
in overdrachtelijken zin is;
in de be-
dus,
is
wezen een tweede, een andere, een nieuwe geboorte hebbe
iemand geboren
^
dan een oude
oorzake van onze erfschuld uit A<iam,
des doods hadden ontvangen;
die in
^
is.
mensch
den schoot onzer moeder
pen, en dat hierdoor in ons geboren
ook wel
Nu
vooraf er
hij
veeleer de bekeering juist in de eerste plaats
dat
we door den Schepper
der zonde
niet geboren
deze oude mensch dood ga.
dat
geroepen;
als
hij
tenzij
er in geen onzer ooit iets anders geboren
is
daarin bestaat,
ren
indien
kan niet hetzelfde wezen
mensch; en het
nadat
mensch niet opstaan,
er niet vooraf zijn,
>
geweest
zijn
het in de bekeering toch zijn: de opstanding van een nieuwen mensch.
kan
^
het eerste punt aangaat, zoo spreekt ook de Calvinist het dui-
uit,
moet
liet
-'
uit
Geboorte, in ons nooit
voortkome.
snijdt de Heilige Schrift
Met dat spreken
dus
alle oppervlak-
alsof onze zaligheid ooit de vrucht zou
kunnen
'
zijn
van zekere gedeeltelijke vernieuwing, door zins verandering van wilsneiging; en spreekt de Heilige Geest het zoo duidelijk mogelijk
uit,
dat
)
ö^e/iee?
ons wezen dezen doop der vernieuwing ondergaan moet. Niet slechts een
en ander in ons menschelijk wezen moet veranderd en vernieuwd worden
maar onze
heel ziel,
zal de
maar ook naar de
substantie van ons lichaam.
werking der wedergeboorte dan eerst
smet en rimpel
vrij,
troon der genade.
wat daarachter weest,
;
onze menschelijke persoon. Niet alleen naar de substantie van
in ons verheerlijkt
in
ons
Immers
zijn, als
voltooit
we van
alle
lichaam eens jubelen zullen voor den
Dan eerst zal onze geheele mensch vernieuwd zijn, en in alles moge de vernieuwing principieel reeds aanwezig zijn ge-
ligt,
maar toch
zal ze eerst in
den staat der heerlijkheid yoZ/comen uitblinken.
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's