E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 204
Derde deel
XXXa. hoofdstuk
ZOND.
206
men nu
Vraagt
loochenen.
almacht brood niet
in
in vleesch,
en wijn in bloed, kan omzetten, dan ant-
beyes^mJer^
in
kan daarom, omdat God
brood
uit
doen
brood
dit
verklaarbaar
Een stuk
is.
verdwijnen,
Gods
(altoos
te willen
Op
dat er alsnu
zichzelf zou het dus
indien de Schrift het zoo leerde) zeer wel
dat het brood vleesch en de wijn bloed wierd, en dat
zijn,
Vleesch en bloed toch
Christus.
door
en
te willen dat er
en bloed gelijksoortig waren met het vleesch en bloed van den
dit vleesch
zijn
twee substantiën van ons lichaam,
den vorm van cellen en bloedbolletjes voor vermeerdering en
mindering vatbaar
Maar
gelijk
zonder dat het lichaam
zijn,
gezegd
dit leert
is,
Rome
rr
volstrekt
geheele
Christus zelf naar lichaam en
Het houdt staande na de seperatie, de
en Godheid, aanwezig
ziel
ver-
onder bezwijkt.
niet.
in elk korrolke brood en in eiken druppel wijn,
dat
ze
meer
niet
er vleesch voor in plaats scheppen.
zij,
de almacht
die in
wat
zijn doet
nu zoo zijnde kan God derhalve, door
zij,
vleesch
Christus heeft
dus elk oogenblik niets dan een product van Gods ahiiachtigen
is
wil. Dit
zin.
elk oogenblik alle substantie alleen
door zijn almacht draagt, en door zijn wil brood
zijn
en de staf van Mozes wierd veranderd in een
water in wijn veranderd, Dit
God door
het onderhavig geval, of
woorden we zonder de minste aarzeling
slang.
V.
En
is.
dit nu is geen wonder meer, maar vlakaf een onbestaanbaarheid, die door geen beroep op Gods almachtigheid kan worden gedekt. Zeg ik toch een-
maal,
dat
Gods almacht eenzelfde wezen dag
digen kan, dan valt er over Mis noch over
en
kan kort en goed
religieusen
dag
verduizendvou-
uit
Avondmaal meer
te
spreken,
saamspreking over welk onderv/erp ook van
alle
van wereldlijken aard gespaard. En
of
zegt niet, dat
in
dit leert
God honderd duizend nieuwe Christussen
Rome.
gelijken op dien éénen wezenlijken Christus, die aan de rechterhand zit;
maar dat God
blijft,
dien éénen zelfden Christus, die in den hemel
op honderd
gelijktijdig
plaatsen
duizend
aanwezig laat
aarde; niet door de uitstraling zijner kracht noch ook
- werking; maar
in zijn
Roomsche voor altaar
liggen;
het
en
Gods rechterhand zóó
dat ge
wezenlijke
of
onder deze
tegelijk
zit,
naar
staat ziet
altaar
weet
zelf,
hij
ziel
met
zijn
en lichaam beide.
Gods is
en
zijn
op
goddelyke Als een
één Christus voor zich op het
dat toch ook. die Christus in den hemel aan
hij
en dat wel beiden „wezenlijk, waarlijk en werkelijk,"
door geen figuurlijke uitlegging of mystieke verklaring het werkelijke
ons menschelijk en
wezen
Het
schept, die in veel
besef beseffen
honderd wezens
er
de
van loochenen moogt. Dit God
eerste
zelf zijn in
beseffen ingeplant van het wezenlijke;
nu behoort ook, dat een persoonlijk wezen kan
zijn,
niet
en dat een zienlijke substantie van
groote afmetingen niet tegelijk onzienlijk kan wezen.
Dat
zijn
geen men-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's