E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 267
Derde deel
ZOND.
pline
den
in
zin
van
"Art.
XXXI. HOOFDSTUK
269
IV.
32 der Belijdenis. Integendeel,
men had met
niets te doen dan met een bestuursregel, een uiting van collegiale macht
een
kerkeraad op
>
van de gemeenschap. Gevolg waarvan was, dat zulk een
afsnijding
de
„Acht ge nu dat deze afgesneden persoon ook
vraag:
van Godswege buiten
zijn
hemel gesloten is?"
stellig
zou geantwoord
hebben „In geenen deele." Uit dezen stand van zaken nu blijkt genoegzaam, dat de eigenlijke beder Sleutelmacht almeer teloor
teekenis
Gereformeerden
gens goed
aanmerkelijke
niet dat het alleen de Christelijke
de
vormen
collegiale
dat ook
constateerd
is
gegaan, en zelfs onder overi-
schade
Gereformeerden
leed. zijn,
Men wane toch
die ten deze, door ^
misleid, op doolpaden geraakten; veeleer dient gebij
de meesten onzer Gereformeerden de begrippen
omtrent de Sleutelmacht steeds o;?zuiverder
zijn
geworden.
Iets wat, zoo
lang ze kerkelijk niet georganiseerd waren, op het stuk van de kerkelijke
rechtspraak wel minder uitkwam, maar zich de
Bediening des
Woords. Vroeg men
te duidelijker verried in
zake
toch aan deze lieden of ze den
Heidelbergschen Catechismus niet toestemden, wat deze in het Antwoord op Vraag 83 en 84 over de Sleutelmacht in de Bediening des Woords be-
dan aarzelden ze geen oogenblik hierop ja
leed,
ge nu echter nader, of dit ook
mus
Onderzocht
te zeggen.
gemeend was, zooals de Catechis-
feitelijk
het bedoelt, dan bespeurdet ge alras, hoe alle in het diepgaand on-
derscheid tusschen de Oefening of gemoedelijke toespraak en de eigenlijke
Bediening
en
in
Woords nagenoeg geheel was
des
welke
qualiteit hij het zei,
teloor gegaan.
deed er niets
toe.
Wie
'^
iets zei
De vraag was maar,
'
of er een gemoedelijke, stichtelijke spreker op den kansel stond, die roer-
de en meesleepte. Als
men
dat
maar
had,
was men
tevreden.
En
indien
er niet ook nog een Doop en een Avondmaal ware geweest, waarvoor een
oefenaar geen brevet had, kan
zou verworpen,
men
er stellig op aan, dat straks alle
zou verwaarloosd
alle kerkelijk instituut
zijn,
en
ambt
men
vol-
^
komen vrede zou gehad hebben, met een samenkomst, waar dan ook en door wien ook saamgeroepen, mits de man die sprak, maarden toon aansloeg dien men wenschte. Van een Sleutelmacht in de Bediening des Woords is dus feitelijk ook bij deze Gereformeerden schier alle heugenis te loor
gegaan, en
feitelijk zijn ze
aan de Belijdenis van vraag 83 en 84
geheel ontvallen.
Er schiet dus niet anders op Sleutelmacht
weer
uit
den
over,
grond op
te
dan deze
belijdenis
omtrent de
bouwen, en daartoe dient in de
eerste plaats de verhouding besproken, die tusschen het kerkelijk instituut
en
de mystieke kerk als Lichaam des Heeren bestaat.
Rome had
elk on-
'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's