E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 441
Derde deel
443
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK VII.
meenen.
Er grijpen
bekeering een reeks van ervaringen, gewaar-
bij .de
wordingen en geestelijke worstelingen juist beschreven, verre
wierden ze volkomen
boven ons begrip zouden blijken
begrijpt zelfs de geestelijk
telijk
plaats, die,
uit te gaan. Fei'
meest helder levende nog nooit anders,
daarom vergeleken we de bekeering met het eenvoudige eten van brood, omdat ook daarbij de gewone broodeter schier nimmer vermoedt, wat eindelooze uitlegging er eigenlijk noodan een stukske der zake. .En
om
dig zou zijn,
Het
leggen.
is
dit
juist
eenvoudige broodeten volledig
dus alleszins
billijk
verklaren en uit te
te
en naar recht, dat
men ook
won-
dit
dere verschijnsel der bekeering, dat zich uiterlijk zoo eenvoudig voordoet,
zoeke
innerlijk
mag
men
zoo
rijkt,
te verstaan; het is ontegenzeggelijk, dat het de ziel verdit geestelijke
proces
met eenigszins heldere bewustheid
doorleven.
Reeds de gemeene tegenstelling van Wet en Evangelie, en Zonde en Genade dwingt hiertoe. Reeds daaruit toch
blijkt,
;
dat het proces der be-
keering in twee groote stukken uiteenvalt, het ééne waarbij de
Wet
ons
opwekt en levend maakt; wat dan de Catechismus noemt: het afsterven van den ouden mensch,
doodt, en het andere waarbij het Evangelie ons
en het opstaan van den nieuwen mensch. dergeboorte der
plaats
is
reeds in de we-
de dood overwonnen en het leven ons ingeplant;
dat ive het ivisten of merkten; en
Vandaar dat
bekeering.
Want wel
grijpt,
merken gaan we
maar
zon-
dit eerst in onze
^
een heldere bekeering, die in klare bewustheid
bij
geheel het proces der wedergeboorte in de
bekeering weer
naar boven komt, en nu eerst als door ons zalven ondergaan wordt. Iets
wat dan
bij
veel mystieken tot de zeer ernstige vergissing leidde, dat zo
zich gingen inbeelden, alsof
omdat zijn
er zich
zij
mt
eerst
nu pas de wedergeboorte
in
hen plaats greep
van bewust werden. Zelfverbrijzeling en geloof
dus de twee groote stadiën, waar de bekeering door heengaat, en de
man van
het Heilsleger, die
evenals de Antinomiaan, u leert (zy het ook
op verschillenden grond) dat geloof alleen toereikend
is,
werpt geheel de
ordening Gods omver. Met minder of meerder bewustheid moet altoos de
>
Wet vooropgaan, om onze Tuchtmeester tot Christus te worden. Wie door de Wet niet gedood en niet verbrijzeld is, kan door het Evangelie niet opgericht en gezaligd worden.
Doch ook met deze algemeene tegenstelling tusschen Wet en Evangelie, zonde en genade, afsterving en opstanding, verbryzeling en geloof
zaak nog op verre na niet
uit.
kennisse, de aangrijping en de toepassing van den Middelaar en zijn anderzijds,
houdt,
is
de
De kennisse onzer zonde eenerzijdsen de
werk
zoo ge het juist ontleden en geheel bewust doorleven
~
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's