E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 420
Derde deel
HOOFDSTUK
ZOND. XXXIII.
422
de zonde deze Heilige G-eest van
daardoor in den
boren zondaar
hem
IV.
gebannen,
en
een onwederge-
ligt
dan spreekt het vanzelf, dat de
dood,
wedergeboorte in niets minder bestaan kan dan daarin dat God de Heilige
hem
Geest weer tot
Nu kan "
de
inkeert en
bij
hem maakt.
intusschen óók op allerlei uitwendige wijze
Geest
Heilige
woning
met den zondaar in gemeenschap treden. Zoo was het een tijdlang bij Saul. Zoo was het bij de kunstgaven van Ahóliab en Bézaleël. Zoo was het en Dit
eeuwen door met
het alle
is
alle
ambtelijke gaven en charismata.
ook gaven of werkingen van den Heiligen Geest,
zijn
persoon,
hij
dan bekeerd of onbekeerd, worden medegedeeld
zij
hem te zaligen, niet om hem van dood levend te bekwamen voor 's Heeren dienst en hem tot
^
aan een
die
niet
maken, maar om
te
om hem
een instrument in'sHee-
ren hand te stellen.
Doch natuurlijk met deze uitwendige gaven en werkingen van den Heiligen Geest heeft de wedergeboorte niets uitstaande. De wedergeboorte heel iets anders. In de wedergeboorte
is
eeuwig aan de eeuwig
maar de r
eeuwiglijk
alzoo
haar
bij
en
aandrift,
in
omgezet.
ziel te
een
geheele
te
wonen^
tot
stand
komt
haar
in
aard on wezen wat het vroe-
blijft dit alles in
richting waarin ze zich bewegen, wordt in haar irtegen-
Wat
drong,
dreef en neigde ten kivade,
nu naar
Hem
toe.
Wat drong
en perst nu van zonde en Satan
plaats
zoowel
in
om
haar innerlijke roerselen, in haar vermogens en
Want wel
neigt
afging,
af.
den wortel van ons leven,
dat de werking van den Heiligen Geest raakt,
om
haar in
aan zichzelf overlaat, maar d^
ommekeer
dringt
onze
bij
haar in
leiden en te beheerschen; en wel haar
onder deze inwerking van den Heiligen Geest
neigt
God
bij
alzoo wederbarend tot de ziel inkeert,
Hij
die er
maar de
ger was,
"^
niet lijdelijk
te blijven, die ziel niet
om dat
aangrijpt,
eigenschappen.
deel
waar
Geest,
aangrijpt
neiging
En wel
wonen.
te
haar In te wonen als haar Schepper en haar God. Vandaar dat
bij
Heilige
teugels
Heilige Geest zich voor
des menschen. De Heilige Geest keert
ziel
haar
bij
huwt de
en tegelijk een ommekeer
dringt,
ten goede.
drijft
Wat van
naar zonde en Satan^
En deze ommekeer
als in
tegelijk
en
grijpt,
onze vermogens, zoo-
onze diepste levensvezel
tot stand brengt in het bewustzijn
van
den wortel van
zijn
ziel.
Was nu
de
wezen plaats
mensch zoo aangelegd, dat wat grijpt
ook terstond volgroeid en
in
rijp
naar buiten trad, zoo
zou elk wedergeborene op hetzelfde oogenblik gelooven, zich bekeeren en belijden.
Maar aldus
scholen
reeds
mogens, die
toen
is hij
de aard des menschen in de
wieg lag
later in zijn geheiligde
al
niet.
In het kindeke Calvijn
de uitmuntende gaven en ver-
denkkracht en onweerstaanbare kracht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's