E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 60
Derde deel
ZOND.
62
XXVII. HOOFDSTUK
stand van zaken niets hoegenaamd meer.
Dan toch
men gemeen-
komt men na drie, vier weken dan eindelijk met zijn wichtje aandragen, ja, dan komt de vader nog wel meê, en staat ergens in een bank of voor een stoel er op eenigen afstand bij; maar toch niet die vaden
en
;
der, neen, de
moeder
in aller
is
oog de hoofdpersoon.
gedragen en gebaard, gezoogd en getroeteld.
moedersmart uitgestaan. En nu ze kerkgang
eerste *^\
oordeelt
dat er de eerste veertien dagen nog aan geen Doop gedacht kan wor-
lijk,
.^-
IX.
doet,
nu brengt
uit het
Zij
Zij
kraambed
heeft het kindeke
om
heeft
het wichtje de
hersteld
ze haar lieveling mee, en als
en haar
is,
ware de kerk
aanhangsel van de kraamkamer, doen moeder en baker ook
een
heilige
Doop het één en
Vroeger was
eeuw; maar
den
bij
al.
Het
dit nooit zoo.
is
pas een nieuwigheid van de laatste
meeste menschen, die geen historie kennen, den
die op de
indruk maakt, als had ze altoos zoo bestaan. En toch
is
dat volstrekt
n/t'/
het geval. Vóór de Hervorming wierd elk geboren kindeke nog denzelfden
waarop het geboren was, gedoopt,
dag,
den nu nog het geval nooten ,
steeds
wordt
genomen. Ook
in acht
Armeniaansche kerken
gelijk dit in alle
Roomsche
lan-
en ook ten onzent door onze Roomsche landge-
is,
in de Gvieksche, Luthersche,
Doop kort na de geboorte vaste
enz. is
En
regel.
ook onze Gereformeerde vaderen maakten op dien vasten reget volstrekt geen uitzondering.
Want wel
spoed met den heiligen Doop superstitie,
zaligheid
zijn '•^
alsof
kerk zoowel
hielden ze tegenover zijn
Rome staande,
dat deze
beweegreden niet mocht hebben in de
het kindeke, stierf het ongedoopt, deswege perikel aan
zou lijden; maar ze hielden niettemin staande, dat, als in
den
staat, deze presentatie
moest plaast hebben, en
in"
de
van het kindeke terstond
dat in elk uitstel onzerzijds een zekere onder-
schatting van het Sacrament des Doops school.
Dat onze Gereformeerde vaderen het kindeke geboorte, maar meest een paar dagen
daarin zijn oorsprong, dat
leen
zij
niet op
later lieten
den dag van
zijn
doopen had dan ook
den heiligen Doop alleen bedienen
de „vergadering der geloovigen." Uit dien hoofde moest
al
in
men dus den Doop
wel uitstellen tot er zulk een vergadering der geloovigen" was. Maar als een ze
kindeke geboren was, een Doopbediening laten passeeren, dat deden in
hun
beste dagen nooit.
Vandaar dat de Dooppractijk op de dorpen
gemeenlijk tot langer uitstel leidde dan in de steden, omdat in de meeste
dorpen alleen des Zondags gedoopt wierd. Ook
al
ware het kindeke des
Zondagsavonds geboren, toch kon het dan eerst acht dagen latergedoopt wat velen derwijs stuitte, dat voor dorpen soms weekdoop in een be-
Iets
perkten dienst wierd toegelaten. In de groote steden daarentegen had
men
meestal ook in de weekdagen een „vergadering der geloovigen;" en van-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's