E voto Dordraceno - pagina 125
ZONDAG
VI.
HOOFDSTUK
113
III.
hun nog moest worden aangezegd. Zoo gaat het met de kleinen bij moeder thuis. Zoo gaat het in onze Zondagsscholen. Zoo gaat het op onze Catechisatiën. Tot een kennisse van den Christus die door eigen bestudeering der Heilige Schrift verkregen wierd, komt bijna een ieder pas later, lang nadat hij den Heere reeds kende. Maar zoo volkomen waar als deze opmerking is, even nietszeggend mag ze heeten. Immers nooit is door de Gereformeerden beweerd, dat, als was de Heilige
maar
alles
Schrift de bron onzer kennisse,
daarom
ieder,
klein en groot, altoos zelf,
met eigen hand uit die bron zijn water putte. Als er in een bergdorp een bron op het marktplein staat, dan drenkt die bron met haar zijvertakkingen metterdaad heel het dorp. Maar al drenkt die bron heel het dorp, daarom haalt nog niet ieder zelf zijn water aan die bron. Integendeel dat doen de minsten. Dat doen niet de zuigelingen, want die vinden het bronwater in de moedermelk. Dat doen niet de kleine kinderen, die
Dat doen ook niet de zieken, aan wie hun dranken ingiet. Noch ook de zwakken en ouden van dagen, die niet gaan kunnen. Maar al is het ook, dat alle dezen het water niet rechtstreeks zelf uit die bron halen, toch is het die ééne bron waaruit aan allen het water toekomt; en noch die moederborst noch die het in hun kroes op tafel vinden.
men
het
in
kinderkroes
voedend
zou
vocht
bevatten,
zoo
die
bron het
niet
had
verschaft.
En zoo nu ook
met de bron der Christuskennisse in de Heilige er maar één bron van Christuskennisse, t. w. de Heilige Schrift. Maar uit die Heilige Schrift wordt dit water der ziele nu op tweeërlei wijs geput. Deels rechtstreeks, doordien iemand zelf naar Schrift.
Ook
in
staat het
de kerk
is
de Heilige Schrift gaat en er de kennisse Christi
-uit
indrinkt;
deels uit
de tweede hand, doordien of vader of moeder, of vriend of broeder, of bedienaar des kleinen en
Woords en
zwakken doe, en
onderwijzer, de moeite zij
des
puttens
voor
de
hun aangebrachte water drinken. buitengewoons, noch ook iets opmerkelijks
het aldus
Hierin ligt dus volstrekt niets en de poging der Ethischen om hiervan iets afwijkends en iets nieuws te maken, loopt op niets anders uit, dan op het streven, om de waardeverhouding van Schrift en Traditie in Roomschen zin te wijzigen. Eindelijk is in de derde plaats door dit antwoord van den Catechismus afgesneden de mystiek onzer denkhelden en wijsgeeren, die achten, wel buiten de Heilige Schrift om te kunnen vaststellen, hoedanig de Christus zijn moet, met den maatstaf hunner behoefte in de hand, wel te kunnen
uitmaken, dat Jezus van Nazareth hun Middelaar en de ware Messias
Ook E
Voto
dit 1
toch
is
valsch gedacht en onjuist geredeneerd.
Want
is.
vooreerst, 8
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's