E voto Dordraceno - pagina 220
208
ZONDAG
•
IX.
HOOFDSTUK
IV.
onderzoekingen van den schoot der aarde heeft meenen
te kennen, kan dan op hetgeen lang na de Schepping voorviel, maar nooit licht spreiden over de Schepping zelve. Slechts tusschen twee hebt ge hier de keuze. Ge moet, óf besluiten niets omtrent de Schepping te weten, en er dus voorts bot over zwijgen, óf ge moet u desaangaande laten onderwijzen door uw God. Adam stond hierin met u en gij met Adam ten volle gelijk. Zoodra toch ontwaakte zijn bewustzijn niet en bevond hij zich in het paradijs, of op datzelfde oogenblik was de Schepping juist afgeloopen. Ook hij, hoewel vlak bij de Schepping staande en zelf van de Schepping een deel uitmakende, ja er de kroon van zijnde, wist toch aangaande die Schepping zelve door eigen waarneming volstrekt niets, en zoo hij er iets van wist, heeft zijn God hem dit onderwezen. Of nu de berichten aangaande de Schepping, die ons de Heilige Schrift mededeelt reeds uit Adams dagen dagteekenen, en door hem aan de nakomelingschap zijn overgemaakt, dan wel aan Mozes het eerst zijn geschonken, staat er niet bij. Indien men evenwel er op let, hoe de belijdenis van God als den Schepper aller dingen de grondslag van alle
natuurlijk nooit op iets anders slaan
godvruchtigheid
is,
en hoe buiten de Heilige Schriftuur alle menschelijk
verstand juist op dit punt, reeds lang voor de dagen van Mozes,
feil
ging,
dan is niet wel aan te nemen, dat God de Heere zijn oude kerk van de dagen van het paradijs af tot op Mozes omtrent den oorsprong aller dingen onkundig zou hebben gelaten. En voegt men hier nu
bij,
dat de
berichten aangaande de Schepping in Genesis als ineengeweven zijn met
dan mag veilig aangenomen, dat de wetenschap aangaande de Schepping reeds zoo oud als de aanbiddinge Gods is. Waarbij het er voorts niet toe doet, of Mozes voor het te boek stellen van zijn verhaal een of twee oorkonden omtrent de Schepping geraadpleegd heeft, of ook deels op mondelinge overlevering afging, daar toch immers het vinden van zijn stof en zijn keur van die stof niet omging buiten de inspiratie van den Heiligen Geest. En wat de Perzen en verwante eindelijk de bedenking aangaat, dat ook bij volken verhalen aangaande de Schepping in omloop waren, die menigen het droef verhaal van
trek van gelijkheid
dan wel
afleidt,
wat
in
het paradijs voorviel,
met het verhaal van Genesis vertoonden, waaruit men
dat derhalve Israël slechts de Perzen nasprak, zoo
zij
juist het reeds aan Adam bij andere volken nog de Schepping wel oorzaak moest zijn de heugenis van deze overlevering naklonk. Uit dien hoofde wil de kerk van Christus dan ook niets weten van
opgemerkt, dat bij
bekend dat ook
de bewering der Vermittelungstheologie, alsof
in
zijn
van het gebeurde
Genesis eigenlijk geen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's