E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 507
Derde deel
— XXXlVb. HOOFDSTUK
ZOND.
509
I.
Hem
roepen,
teren
wrok en ongeloof omslaat. Hoe menige weduwe,
God
er
nomen. En dan wil kelijke uitingen,
men
niet al
die vroeger
Hem
lag.
nooit
om
aanriep
haar
geen God, want als er een God was, zou Hij mij wel
is
gehoord hebben. Of ook
Hield
quasi- godsdienst niet zelden terstond in bit-
redden, edoch zonder dat het hielp, riep dan van achteren niet
te
„Neen,
:
hun
maar toen haar man op sterven
zocht,
man uit
niet hoort,
maar
er een
is
;
om
Hij mijn
man
wegge-
meer van zoo wreeden God weten." Schrikstandpunt volkomen natuurlijk
die toch op dat
God op
meer hebben
dan heeft
er een God,
ik niets
na, zooals
we
een dokter, een chirurg
hulp te roepen,
te
af te betalen, en voorts te laten varen
;
dan
als is
we
in
zijn. 7
en wat
nood zaten, dan
het volkomen natuurlijk,
men ook zulk een God afdankt, als men niet tevreden over Hem is. Mits men dan ook maar inzie, dat al zulke schijngodsdienst in den grond
dat
der zaak niets dan zelfzuchtige, nutzoekende goddeloosheid
bruiken van het Eeuwige
Wezen dus
Op dien grond nu merkten we waartoe
we
ons als persoon tegen
stand van zaken. Gij en
ander dan God
dan God
zijn,
u dan ook
als
ligt
uw
gij
over stellen. Dit toch
Hem
is
zijn twee. Juist in dat zijn
persoonlijkheid tegenover
dat
op,
de
feite-
van een
Deswege schiep
God gewilde verhouding ook omkeeren en
Hem
te bestaan, de
u naast God, of u hoven God
Hij '
wijzi-
Hem
te
verhouding ook zoo nemen,
Naast
Hem
zoodat ge u op voet
eu krachtens die gelijkheid met Hem met Hem aangaat. Dan deelt ge uw leven. Uw God zal dit van u hebben, maar dat zult ge voor uzelven reserveeren En omgekeerd, gij zult dit voor uw God doen, zoo uw God omgekeerd dat voor u doet. Of ook, ge maakt het nog erger, en plaatst God onder ii, en dus uzelven boven Hem. Dan zult gij beoordeeleu wat uw God toekomt;
van gelijkheid met
Hem
stelt.
-
Hem. Ge moet een ander y
niet liefhebben.
manier. Ge kunt in plaats van als persoon onder
allerlei
staan en als persoon voor dat
Hem
Wet
bestaan als God-^
zijn
een persoon, maar als een persoon onder Hem. Maar nu laat
zich natuutlijk die door
gen op
tot eigen profijt.
uw God
anders kondt ge
Een mis-
is.
onze indeeling van de
gebod slaat op die aanranding van God in
dit eerste
lijke
bij
>
plaatst,
onderhandelt, en een vergelijk
zult
gij
uw God
roepen als ge
dienen, in stede dat
gij
zoo
ge
zij,
u
gebruiken kunt; en
uw God u
aller
zonden
hoe ontzettend
eigenlijk, ligt,
nochtans zeer voor de hand. Lees do Kaïn van dit
laten
op zoudt gaan in den dienst van Hem.
Deze diepe zonde, de wortel ze ook
Hem
"
Da Costa maar
y
op heerlijke wijze wilt hooren voorzingen. Satans val had
geen andere oorzaak. Alles kon persoon onder God zou
zijn.
hij
dulden alleen maar niet dat
De verleiding
tot deze
zonde
verhouding tot onzen naaste. Met onzen naaste staan
we
ligt
nu
hij
een
in onze
feitelijk als per-
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's