E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 258
Derde deel
XXXI. HOOFDSTUK
ZOND.
260 ZOO
maar
hij
^ zijn
den priester gaat, en van dezen het absolvo
.tot
boete waarneemt, voorts
ning te hebben. Een practijk de
God, grootendeels ontaardde in een
met de
priester. ^
menig
verleid
te
ziel
met haar
geen andere gemeenschap
religie, die
met
kerk, en wel
Zonder das nog
priester
en
heeft,
met den heiligen God ternauwernood rekewaarvan het booze gevolg dan ook was, dat
moet een gemeenschapsoefening van de
religie, die zijn
schonk dan
III.
die kerk, gerepresenteerd in
haar
gewagen van het misbruik, waartoe de Biecht en van het schandelijk verloop der boete-
heeft,
doening in den aflaat en den daaruit geboren aflaathandel, dient erkent,
Rome ingevoerd
dat de Biecht zelve, gelijk ze, ook zonder misbruik, door ^
gemeenschapsoefening met de kerk voor gemeenschapsoefening met
is,
God
de
in
plaats
en
stelt,
daardoor het wezen
zelf der
ware
religie
aantast.
Het kon dus ook
we dan ook
bij
in
kerk in stand
zijn
en
bindt
Biecht-practijk positie
nemen en
om
Luther aanstonds een poging gewaagd,
andere wijze te verklaren
op
Hervorming moest van meet af
niet anders, of de
met name tegen de Roomsche
;
doch zoo, dat de Biecht
bleef. Zijn
uitgangspunt
en dus ook
losmaakt,
alleen
God
hierbij
de Sleutelmacht
als is,
zoodanig ook
dat alleen
Was
vergeeft.
zoo zien
er dus
God geen
„Woord van God" op aarde zoo zou God dit alles slechts rechtstreeks door zijn Heiligen Geest in de ziel kunnen doen. Maar nu, er is een
'
Woord Gods op aarde. Dit Woord wordt gepredikt, en zoo staat het voor hem vast, dat de eigenlijke Sleutelmacht wordt uitgeoefend door de prediking van de Wet en het Evangelie. In de Wet bindt God een iegelijks en in het Evangelie vergeeft Hij de zonde aan den boetvaardige.
zonde,
Zoo dikwijls dus de Dienaar des Woords,
in
opdracht des Heeren, de
en het Evangelie bedient, komt daardoor in Gods
naam
Wet
tot de schare de
verzekering, dat de zonde van een onboetvaardige en ongeloovige gehou-
den en gebonden ,
en daarentegen de zonde van den geloovige en boet-
is,
vaardige vergeven. Doch hiermee
is
de zaak niet
uit.
De kerk heeft ook
acht te slaan op haar enkele leden, en merkt ze nu, dat onder die leden
openbare ergernissen door
sluiten, ten einde uit
plaats
grijpen, zoo heeft ze dit uit te spreken, en
den Ban den schuldige buiten de gemeenschap der geloovigen
drijven
te
hem
tot
op die wijs, door het gemis van de liefde Christi,
boete
en
berouw
;
om,
is
het hiertoe gekomen,
weer met vreugde in de gemeenschap der kerk, en alzoo schap met Christus, op
Ware nu Luther "^
sneden
;
doch
te
te
hem
gemeen-
nemen.
hierbij blijven staan, zoo
gelijk het
in de
Luther op
alle
ware
veel
punten moeilijk
misverstand afgeviel,
tot
een door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's