E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 418
Derde deel
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK IV.
420
Maar wie nu
ingegaan.
van Paulus' woord
in de prediking de strengheid
verzwakken wilde, en ging zeggen, dat deze eisch om belijden
zoo onverbiddelijk
niet
Immers voor personen
hun bewustheid gekomen
zijn,
gaat deze
den dienst des Woords gesproken.
in
Maar wat noch
noch op de catechisatie gebeuren mag^
in de prediking
dat ge de zaak zoo gaat voorstellen, alsof voor de 50 procent die jong
Daar heeft
men
Dordrecht reeds tegen gewaakt, toen de Sj^node in 1619 beleed,
dat
op de zaligheid zou
sterft, alle uitzicht "*
gelooven en te
te
zou het AVoord weerspreken.
wel terdege onverbiddelijk door, en alleen tot de zoodanigen wordt
regel
is
die tot
doorgaat,
te
zijn uitgesloten.
godzalige ouders het beste van hun jong stervende kinderen hopen mogen.
Want
zonder
toch het
nu
dit
stille
al te sterk te
vertrouwen
uit,
drukken, spreekt de Synode hiermede
dat de jonge kinderen der geloovigen, die
wieg naar de eeuwigheid worden afgeroepen, zoo
uit de
al niet allen,
dan
toch voor verreweg het grooter deel tot Gods uitverkorenen behooren.
Er wordt dan ook
< onbarmhartig woord
de gansche Heilige Schrift nergens één hard of
Eer integendeel wordt ons gezegd, dat God de Heere zich reeds uit
ken.
mond
den
der zuigelingen lof heeft bereid, en
nog ongeboren kindeke letterlijk gezegd,
één
.r-
in
over zulke jonge kinderen der geloovigen uitgespro-
ligen Geest vervuld
we hebben op
dien
was van te
zijn
moeders
aan. Dit
lijf
vangen. Er volgt toch
met name wordt ons van met den Hei-
dat het reeds
uit,
nu
een lichtstraal
is
dat een kindeke, in zonde
ontvangen, reeds eer het geboren wordt, den Heiligen Geest kan ontvan-
Doop der jonge kinderen drukt
gen, en heel de
Dan tekort
^op
hier het zegel op.
echter vloeit hier ook rechtstreeks voort, dat ge aan de waarheid doet,
later
zoo
ge
de
plaats
leeftijd
wedergeboorte grijpt,
en
bij
voorstelt als een
feit,
dat alleen
een jong kind niet plaats grijpen
kan. Het gaat toch niet aan, te zeggen dat de nog ongeboren vrucht van Elizabeth
reeds in haar schoot vervuld
nog ongeboren kindeke toch voor
dit
Men
was met den
te stellen als
Heiligen Geest,
nog
en
niet ivedergeboren.
kan toch niet tegelijk alzoo den Heiligen Geest hebben, en toch nog-
onwedergeboren
zijn.
Het ééne
sluit
het andere immers
Ge loopt dan
uit.
ook groot gevaar, zoo ge deze daad der wedergeboorte in de kleine kinderen V
loochent,
kinderen
mag in
niet,
in
de
dwaling der Mennisten
„onnoozel" noemden,
want
Rome
dit doet.
En
jonge dit
nu
zoodoende loochent ge alle erfschuld en het geboren zijn
dood en misdaden;
iets
wat geldt en gelden moet voor een
uit een vrouwe geboren wordt.
dat
bijna evenals
te vervallen, die de
En
geeft ge
nu
toe, gelijk
God de Heere deze wondere daad der wedergeboorte
iegelijk die
ge wel moet, bij
die uitver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's