E voto Dordraceno - pagina 184
ZONDAG
172
gekomen, zoolang het
HOOFDSTUK
VIII.
V.
de godgeleerden bleef en rangen en standen aan zulk een over sprak en er over dacht en er in
een. steekspel tussschen
eerst dan, als heel de kerk, in al haar strijd
deelnam, en
meeleefde,
ja,
als
al
het volk er
ten slotte de volkstoestand er door beheerscht
internationale verhoudingen er naar geregeld wierden, eerst dan
voor de Belijdenis tegenover de
Wat
heiligen Persoon
en de
er winste
geweest.
mogen van den hoog-
van den Middelaar, en van zijn twee naturen, en van
de tweeheid van wil vloeit
ketterij
thans met zuiver maatgeluid jubelen
wij
is
in
Hem, en van
voor het Messiaswerk,
is
alle
rijke gevolg,
dat hieruit voort-
de vrucht van een geestesarbeid, waar
eeuwen aan zijn opgeofferd, waar stroomen bloeds om vergoten zijn, en waardoor heel de geschiedenis der wereld een andere gedaante verkreeg. Zoo en niet anders is die scherpe formuleering tot stand gekomen, en elk pogen, dat thans weer wordt aangewend, om aan de klem dier scherpe formuleering te ontkomen, gaat bijna altoos uit van den heimelijken toeleg, om de waarheid der Heilige Schrift weer terug te dringen en nogmaals ingang te verschaffen aan allerlei hoogst bedenkelijke ketterij. Men ziet dit thans weer aan de Vermiftelungstheologen, die gedurig verklaren, dat de oude formuleering omtrent den Persoon des Middelaars hun niet meer bruikbaar voorkomt, maar dan ook telkens kunnen betrapt worden op allerlei kettersche gevoelens, waardoor het eens zoo algemeen veroordeelde Monophysitisme en Monotheletisme (d. i. de leer dat uit de heide naturen in den Middelaar een soort van nieuwe, hoogere natuur saamgemengd was) als de eigenlijke zin van dit mysterie bepleit wordt. En eveneens zag men dit, toen voor korte jaren de hoogleeraar Doedes in zijn critiek op den Catechismus en de Confessie, op even bedenkelijke wijze aan de scherpe formuleering van Gods heilige Drieëenigheid tornde, maar dan ook even spoedig verried, dat zijn gevoelen over den Tweeden Persoon
feitelijk
Men hoede
de belijdenis der Drieëenigheid zelve ophief.
om met zekere onverschilligheid of minachting gevonden formuleeringen neer te zien. Die formuleeringen zijn tot den prijs van veel angst en moeite, meest van veel bloed en tranen door Jezus' kerk gekocht. Ze zijn gevonden in een tijdperk, toen een ieder inleefde in de vraagstukken, waartoe zulk een mysterie aanleiding gaf. Toen de knapste en helderste koppen het voor en tegen gewikt en gewogen hebben. Toen geen bedenking, die uitdenkbaar was, niet werd ingebracht en niet van alle zijden getoetst en weerlegd wierd. op die
En
zich dus wel,
eertijds
toen met
name geen
enkel
woord der
Heilige Schrift, dat licht over
zulk een mysterie spreiden kon, veronachtzaamd of overgeslagen wierd.
Wie nu
gelooft dat het leven der kerk en haar strijd en haar moeite
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's