E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 373
Derde deel
XXXII. HOOFDSTUK
ZOND.
375
VII.
Opstellers er het eenige stuk der dankbaarheid in zien. Ze zeggen toch in
Antwoord 86 uitdrukkelyk, dat het einddoel van onzen godzaligen wandel zijn moet te bewerken, „dat God door ons geprezen worde." Christus vernieuwt ons, zoo belijden
door zijnen Heiligen Geest naar zyn evenbeeld,
ze,
„opdat wij ons met ons gansche leven, dankbaarheid jegens God betoonen, Hij door
en
zeker,
geprezen
ons
ivorde."
Nu
het blijkens Ursinus' Schatboek
is
dat deze laatste woorden moeten worden opgevat in den zin van
Matth. V: 16 en
In Matth.
V:
Petr. II: 12.
1
vermaant Jezus
16
zijn discipelen, dat ze
hun
licht alzoo
mochten laten schijnen voor de menschen, dat deze hunne goede werken
mogen en uit lijken" En geheel zien
dien hoofde „hun Vader, die in de hemelen
„Houdt
zijn eersten zendbrief (II: 12):
denen, opdat in hetgeen zij
verheer-
uw
wandel eerzaam onder de
hei-
kwalijk van u spreken als van kwaaddoeners,
zij
goede werken, die
uit de
is,
gelijken geest schrijft de heilige apostel Petrus in
in
in u zien.
zij
God
mogen
verheerlijken
in
den
dag der bezoeking." In aansluiting en op grond van welke uitspraken de Catechismus nu den eisch zullen
God door ons geprezen
dat
gedragen,
dat wij ons zóó zullen aanstellen en alzoo
stelt,
zeggen wil,
ivorde. Iets dat
dat wij aanleiding zullen geven en oorzaak zullen worden, dat lof en prijs
worde toegebracht,
die
Hem
anders zou
zijn
Gode een
onthouden. Eene
voorstelling alzoo, die rechtstreeks op een stellige uitspraak van Jezus en zijn apostelen rust,
en waardoor geheel het betoon van ons dankbaar be-
staan, ook in ons leven, gericht te
wordt op het
van degenen,
doen toekomen, ook
die
doel,
Hem
om Gode
niet
kennen. De kracht
gevoelt ge terstond zoo ge het in zijn tegendeel omzet, en acht
hiervan
aan Gods heiligen naam overkomt,
geeft op de lastering en den smaad, die
zoo zijn verlosten zich misdragen en zich misgaan. Zoolang zijn,
zij
op aarde
maar mocht
leven de gekochten des Heeren niet geïsoleerd in de woestijn,
midden
in
wegnemen
de
wereld.
Jezus
uit de wereld,
bad
maar dat
uw land met uw
burger in
ware het
leeft
God ze mocht bewaren. In de
uitdrukkelijk, niet dat Hij ze in de wereld
wereld leven nu wilzeggen dat geals mensch met
medeburgers in
allerlei
uw medemenschen
en als
aanraking komt; dat ge
als
voor het aangezicht van de ongeloovigen en dat dit leven in ;
hun midden ten zijn
en lof
prijs
doel heeft, dat ge
hun
tot
een getuigenis van Gods wege zult
en omgekeerd een getuigenis voor Gods eer aan hun consciëntie zult ont-
lokken. Hiertegen nu gaat ge
aanleiding
geeft,
dat
om
in,
en hiermee handelt ge in
naam
uwentwil Gods
strijd,
gelasterd wordt; en
zoo ge-
omge-
keerd beantwoordt ge aan die roeping, zoo het geschiedt, dat tengevolge
van
uw
optreden in de wereld, de
moet dus heel
uw
dankbaar leven
Naam ééne
van God geprezen wordt. Peitelyk
doorgaande prediking
zijn, die
ten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's