E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 17
Derde deel
;
XXVII. HOOFDSTUK
ZOND.
moederschoot
En
al
het
is
ons te brengen, of het
in
baar
dan
wordt,
doen kort na onze geboorte.
te
dat het nog twintig, dertig of zestig jaar duurt eer
dan,
komt en de werking
deze kieni tot ontwikkeling
van naar buiten open-
er
zulk een persoon toch van zijn geboorte af iemand,
is
wien God geloof gewrocht
in
19
II.
heeft, en heeft zulk een dus recht
op den
heiligen Doop.
Geldt
voor
alzoo
kerk
de
de vaste regel dat ze te doopen heeft een
God de Heere het geloof gewrocht heeft, dan komen we hiermee tot de tweede vraag Hoe zal de kerk dit weten ? En op dit punt nu achten de Doopsgezinden, dat ze hun verloren zaak herwinwiens
in
iegelijk,
ziel
:
nen kunnen. Want, zeggen deke
toegegeven dat het geloof ook in een kin-
ze,
een verborgen graankorrel aanwezig kan
als
Dat kunt
desaangaande geen zekerheid.
ge
maar
weet het
gij
En daarom
niet.
wij alleen de volwassenen,
kerheid
gij
zijn, in elk
gissen,
nu, zoo gaan ze
geval hebt
vermoeden, hopen
dan
voort,
doopen
nadat we, zoodra ze tot belijdenis komen,
ze-
hebben, dat ze de gave des geloofs werkelijk ontvangen hebben.
Hierop nu antwoorden we, dat
Ook
'
al
komt
dit volstrekt niet
zoo
is.
toch iemand op volwassen leeftijd zich aanmelden en tot
de kerk zeggen: „Ik belijd en ik geloof", daarom heeft de kerk nog niet de
minste zekerheid,
de
man kan
bloot
dat het metterdaad zoo
historisch
geloof
de harten tig
met dezen persoon
niet
stond.
geloovige
een schijngeloovige
die
Dan ^och kon
Maar zoo
soms de indruk
uit het echte geloof spreekt, zekerheid
zal er
niets.
is
het
;
hij
Was nu
kan een 7 de kerk
de kerk uitma-
niet.
De kerk kan
doorgronden. Dat kan alleen de Heere. En hoe sterk, mach-
en overiveldigend ook
Soms
De man kan veinzen
voor wezenlijk geloof aanzien.
een kenster der harten, zoo ware dit ken, hoe het
is,
een tijdgeloof hebben en zich zelf misleiden
beklemd
dan zou ze soms
juist
aan wie het echte
in
is,
dat iemand wel wezenlijk
desaangaande heeft de kerk
zijn, die
zijn uitingen
nooii
zeer boud spreekt, en een echt is.
Ging de kerk dus daarop
af,
doopen wie niet geloofde, en den Doop onthouden
En de uitkomst toont dan ook,, dat de deze herhaaldelijk allerlei jonge mannen doopen
geloof
Doopsgezinde kerken ten
had.
en den Doop aan jongedochters toedienen, van wier geloof eigenlijk nietshleek.
Men kan dus leen
zulke
niet zeggen
personen,
:
De Doopsgezinden of Baptisten doopen
van wie het zeker
is
dat ze geloof hebben, en
algij,
Gereformeerden, doopt kinderkens, in wie ge het geloof alleen onderstelt. Dit
is niet
zoo.
Zoowel toch
bij
kunt ge het nooit verder dan Zekerheid heeft de kerk nooit.
deze volwassenen als
tot een
bij
deze kinderkens
vermoeden ondersteld geloof brengen.
''
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's