E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 184
Derde deel
XXX«. HOOFDSTUK
ZOND.
186
Katholieke kerk bestempelt met den zeer eigenaardigen
verandering de
naam van
Tj-anssubstantiatie.
Doch ook hiermee
nog
is
genoeg bepaald. Het mocht toch niet
niet
zóó worden voorgesteld, alsof het brood alleen
in
bloed
zijn
lichaam
II.
en
bevatte
met
overging,
wijn
de
alleen
alleti in
zijn
lichaam en de wijn
dit gevolg, dat alleen het
bloed.
zijn
anathema, het doemvonnis ging ook
brood zijn
Neen, de banvloek, het
over een iegelijk die loochende,
uit
dat in het heilig Sacrament van de Eucharistie Jezus Christus in elk der
^
en
beide teekenen,
de
eiken
Christus
het
het
spreuk,
van den ouwel en heel de Christus
„Dit
beker.
toch, zegt het Concilie
van Trente,
ware lichaam en het ware bloed
van onzen Heere Jezus
onder de gedaante van brood en wijn, en dat,
zijn
zaam met zijn ziel en zijn Godheid, en zulks door de kracht der den; maar het lichaam onder de gedaante van den wijn en het te
onder
gedaante van
de
natuurlijke
die
verschillende
opgewekt,
is
en
naar
zijn
brood,
en
de
onder beide
ziel
van onzen Heere Jezus Christus,
deelen
om zijn
weer
nooit
bloed
krachtens
Daarom zich
in
die uit de
dooden
onder elkander verbonden
te sterven,
zijn;
van haar hypostatische vereeniging met
oorzake ziel.
^elementen evenveel is
het
ivoor-
en verzeilende fconcomitans) gemeenschap, waardoor de
en de Godheid ter
lichaam
in
geloof der kerke Gods geweest, dat terstond na de zegen-
aauwezing
Christus
deel der beide teekenen begrepen was,
was gekomen. In den ouwel dus heel de de Christus; en dat niet alleen, maar ook
elk stukske
in
van den
droppel
altijd
is
elk
tot stand
en in den kelk heel
Christus,
heel
in
zelfs
"Vzoodra de scheiding
is
zijn
het juist, te zeggen, dat een der beide
bevat
als beide
saam; want Jezus Christus
geheelheid aanwezing ondei" de gedaante van het brood en
onder elk stukske er van
;
en evenzoo in zijn geheelheid aanwezig onder
de gedaante van den wijn, en onder elk deelke van den wijn."
Hieruit nu vloeide nog een ander belijdenis voort. Wierd feitelijk door
de
zegenspreuk
en
wijn in
den werkelijken Christus veranderd,
deze Christus niet weer brood en wijn worden. Zoo moest dus
dan kon wel
brood
beleden
worden, dat brood en
wijn,
waarover eenmaal de zegen-
spreuk was uitgegaan, niet enkel op dat oogenblik de wezenlijke Christus was,
maar
dat ook bleef. Zoodra dus de priester de zegenspreuk der con-
secratie over tot stand
den ouwel en den wijn heeft uitgesproken,
gekomen. Van dat oogenblik af
en wijn in den beker
op het altaar en
ziel
ligt
te tintelen,
of in den kelk
en evenzoo naar
zijn
maar
schijnt
feitelijk is
sta,3i\ is
komt
de verandering
dat niet zoo.
Jezus Christus
Godheid. Al
is
er nog wel brood
seZ/s,
te liggen
Wat
daar
naar lichaam
ge dus uren daarna,
om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's