E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 257
Derde deel
XXXI. HOOFDSTUK
ZOND.
God de zonde kan vergeven, maar
kene, vast aan het beginsel, dat alleen
God deze macht
ze onderstelde, dat
259
III.
wijze van delegatie, ten deele
bij
oefende door den priester. Toen Christus op aarde was, vergaf
Capernaüm toen
dit
den geraakte
de
hernam Jezus: „Opdat
Neem uw beddeke
:
weten moogt, dat de Zoon des
gij
om
te vergeven,
God
Toentertijd heeft
Zoon des menschen nu heeft op
deze
;
:
vergeven op den Christus
op aarde de zonde te
menschen gelegd
zeg ik nu tot
op en wandel." Hier nu aan vastknoo-
Koomsche Hiërarchie aldus
de
redeneert
macht
des
vergeven"; en
zijn u
op enkele schriftgeleerden den indruk maakte van een godslas-
menschen macht heeft op aarde de zonden pende,
toch tot den geraakte te
wees welgemoed, uw zonden
„Zoon,
:
zeggen,
terlijk
Hy sprak
wel als Zoon der menschen.
en
de,
uit-
de zon-
hij
als zijn
Zoon beurt
macht aan Petrus en de overige apostelen gegeven en overmits thans de bisschoppen de kerk representeeren, en deze wederom den Christus representeert, kunnen ook nu de bisschoppen gelijke macht oefenen, gelijke
;
macht op hun beurt delegeeren aan de
en deze
priesters in de plaatse-
lijke
kerken. De priester staat dus metterdaad tusschen den boeteling en
zijn
God
in,
niet
om
de genade voor
krachtens de qualiflcatie, die
hij
hem
af te bidden,
maar om hem,
door het Sacrament van de Ordening en
Priesterwijding ontving, op sacramenteele wijze die genade van de Biecht
mede
te deelen
en voorts treedt de priester nogmaals als vertegenwoor-
;
diger Gods voor den boeteling,
mate der werken van
waar
voor
satisfactie
dus geheel buiten geraakt. Het
hem hem
hij
rechterlijk beoordeelt en de
bepaalt.
De gemeente
is
er
een geheimzinnige acte tusschen twee
is
menschen op aarde geworden, waarvan de ééne als boeteling verschijnt, en
om
dien
boeteling
rechter
zijn
boete
is,
u
als geloovige, ja, maar waar de tweede door God met macht bekleed
genade
de
te bepalen.
priester,
scheld
teerende
formule verving,
der
vergeving mede te deelen en als
Ego te absolvo, d. w. opkwam, en de oudtijds
De formule
kwijt, die eerst later
:
dan ook reeds op zich
z.
:
Ik,
consta-
afdoend
be-
wijs, dat de priester zeer bepaaldelijk in datzelfde karakter tegenover
den
is
zelf het
boeteling beweert te staan, waarin Jezus tegenover den geraakte van Ca-
pernaüm
En
stond.
al
geven we dus
dat
de
sterkst
bij
het
wat ons vorig hoofdstuk breed
nog zeker ideaal standpunt
uiteenzette, dat in de theorie
wat het
toe,
ex voto
Roomsche Hiërarchie
blijkt,
blijft
ingenomen
;
zoo kan toch evenmin ontkend,
zelve verantwoordelijk is voor den geheel
anderen indruk, die de Biecht practisch op de leeken maakt. Voor dien indruk
toch
is
alles beslissende
de formule ;
:
Ege
te
absolvo, „Ik, priester, vergeef u," het
en de uitkomst heeft dan ook geleerd, dat in de platte
practyk heel het werk
der
Biecht er
op neerkomt, dat de leek waant
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's