Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 95

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 95

2 minuten leestijd

ZONDAG

V.

HOOFDSTUK

83

I.

maar dat

toerekent, en de schuld wel houdt en de straf wel afeischt,

Hij

ze niet toerekent aan zijn schuldig kind, de schuld niet houdt aan alle

overtreders zelven, en de straf niet afeischt van allen die zelf die straf

verdienden.

Niet alsof Hij voor wat hun aangaat, dan maar een schrap door hun

schuld haalde, of de zonde niet aanzag, maar zoo, dat Hij wat hun aan-

maar betalen door een ander. waarop de Catechismus met deze 12de Vraag komt. Betaling moet er zijn, maar die betaling kan ook geschieden door een ander. De straf moet afgeëischt, maar kan gedragen worden door een ander. De schuld moet thuis gezocht, maar kan thuis gaat, wel betalen laat,

En

dit,

nu

dit

is

het groote mysterie,

gezocht aan een ander. In dit ééne punt ligt dus de kern

van deze geheele Catechismusvraag.

Beiden, én de ongeloovige én de Christen, belijden, dat er vergeving bij

God den Heere dat

zoekt,

is,

maar

er eigenlijk

belijdt

een

aflaten

van

Christen,

dat

zijn toorn en

om aan

de uitweg,

de

terwijl

God de

Heere,

om

de straf niet kan noch tijdelijke

voor den mensch hierin

de ongeloovige deze vergeving hierin

geen toorn, geen schuld en geen straf bestaat,

ligt,

kan maar dat ontkomen

het heilig recht, niet

mag

prijsgeven;

en eeuwige rampzaligheid

te

dat deze schuld en deze straf ook gedragen

kunnen worden door een ander.

Maar schuld

God. Zoo ik wat goedheid de reeds eenmaal betaalde schuld niet nogmaals

dan, zult ge zeggen, te

dan

steekt er

is

er

ook geen ontferming

vorderen heb en de schuld wordt mij in,

dat ik

in

betaald,

afvorder van den schuldige?

En die vraag is juist. Daar steekt ook niet de minste ontferming

in.

Want,

is

eenmaal de

schuld voldaan, dan zou het nogmaals afeischen van dezelfde schuld een-

voudig stuitend onrecht wezen.

Daar

schuilt

Neen, de

dan ook de diepte van Gods ontferminge volstrekt

gratie,

Heeren

is

er raad

noch daad

uitweg,

om

opend

heel iets anders gelegen;

in

niet in.

de genade, de ondoorgrondelijke barmhartigheid des

tot

en wel hierin, dat Hij

zelf,

toen

redding van den zondaar was, dezen wonderbaren

de straf door een ander

te

laten

dragen gevonden en ge-

heeft.

Heel de voorstelling, alsof de Vader eigenlijk geen verzoening wilde, en alsof toen Christus tusschenbeide trad,

om

den toorn Gods

te

blusschen,

Gode onwaardige voorstelling. Daarmee keert men het heilgeheim om, en slaat er den bodem uit, dat al zijn wateren wegvloeien.

is

een gansch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 95

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's