E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 425
Derde deel
;
XXXIII. HOOFDSTUK V.
ZOND.
Deze werking nu, waardoor God de Heere
te
een
deels
is
inwendige
het
in
den wedergeborene de
zelf in
hem beweegt om
bekeering in zooverre tot stand brengt, dat Hij bekeeren,
den wedergeborene, deels een uitwendige
427
zichzelf
verborgene zieleleven van zich richt op zijn zin en
die
zijn wil.
Bedenk nu
hem
in
en verlies nimmer
wel,
van iemand
is
uit het oog, dat ge, als er
te bekeeren, altoos onderstellen moet, dat de
reeds tot stand
kwam. Zoo lang
toch de wedergeboorte nog niet
hem gewrocht werd, heeft hij nog geen een oog om het Koninkrijk der hemelen te
in
geborene
al
Wie
iets.
duizendmaal zegt:
wedergeboren
niet
en
bekeeren,
„Bekeer
is,
verstaat niet eens
sprake
oor
om
tot
een onweder-
noch helpt u
u," dit baat
ooit
wil zich niet bekeeren en kan zich niet
wat de bekeering
Wel kunt
is.
ge naar
plicht
en roeping den eisch tot bekeering, die tot eiken zondaar moet
gaan,
ook
tot
berouw
een
maar
nooit die
plaats
in
midden der wereld uitroepen; maar
in het
als
van Ezau en een bekeering
ware bekeering
tot
gebracht en komt er
kayi er toe
nu wel vaststaande, moet
in plaats
alle echte
van de zonde gaat
bekeering
lief- /
alzoo wederge-
is
krachten,
zelf
in de
tweede plaats de dwaling bestreden,
in zijn schoot de tarwekorrel opving, is
tot
ontkieming
hem van boven Anders
niet.
te
hem inwonende
is niet zoo.
onmachtig
om
De akker
die 7
zelf die tarwekor-
brengen. Dat kan die akker dan eerst, zoo de zon
beschijnt
Wel
zijnde, uit de
bekeering geraken kon. Dit
tot
is
toe.
nu eenmaal wedergeboren
alsof een mensch,
rel
leiden
de vaste en onmisbare onderstelling. Alleen wie wedergeboren
boorte
Dit
van Nineve
stand brengen, waardoor ge de zonde
van God gaat haten en God
hebben. Voor de mogelijkheid van
als
uit-
kan hoogstens
dit
en de regen van boven op
hem
neerdruppelt.
doet de zon en de regen het niet zonder den akker en
maar toch is die akker onbekwaam om vrucht te telen. Hij kan dit alleen onderde bewerking die van boven komt. En zoo nu ook is het met de wedergeborene ziel. Zij draagt het zaad Gods in zich; maar ook zoo is ze onmachtig en onbekwaam om dit zaad Gods tot ontwikkeling te brengen tenzy is
het ten slotte de akker waaruit de aire opkomt;
op zich zelf
de Zonne der gerechtigheid haar bestraalt en de dauwdruppen des Geestes
haar bevochtigen en in haar doordringen. Of wilt ge zonder beeldspraak,
dan zeggen we: Als dan nu God de Heere den wortel des levens van
dood levend
levenswortel
geen
heeft
gemaakt, dan kan toch
nieuw leven
tot
t.
w.
bij
in
ons
vernieuwden
bekeering uitspruiten, tenzij God de
Heere dezen levenswortel daartoe verwekke. Dat
kan geschieden
uit dien
dit
nu op tweeërlei wijs
wie als jong kind wegsterft op een kemelsche
*f^
y^^^**^'*'^^'*»
hooren, noch zelfs
te
Of ge
zien.
^
wedergeboorte X^-^
t
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's