E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 277
Derde deel
XXXI. HOOFDSTUK
ZOKD.
279
V.
kelijkheid uitgroeit. In eerstgemelden zin toch is dit
eeuwig
als
Gods raadsbesluit; behoort
gaat het nooit vermeerdering. Het
toenemen. Anders daarentegen
er elk uitverkorene toe; en onder-
wat het
is
het, zoo ge
is
Lichaam van Christus
Lichaam des Heeren vraagt; dan toch
is,
dit
is
en kan niet groeien noch
naar de openharing van
Lichaam des Heeren
dit
eerst
in de
werkelijkheid uitgegaan, toen de Zone Gods onze menschelijke natuur
heeft
aangenomen, en daarmee den reëelen grond heeft gelegd, waardoor
de inlijving in zijn Lichaam mogelijk zou worden.
geboorte tusschen beide. zijn
we
God
in het
Lichaam
als leden gezet zijn" (1 Cor. XII: 18).
overdrachtelijk
niet
Hoofd van
Lichaam
dit
Lichaam des Heeren leden van,
allen
er
is
te
Eerst door de
de Christus in de mogelijkheid gekomen,
of in
maar inderdaad en
de idee,
worden. Een
Ouden Verbonds hetzelfde
des
treedt de weder-
leden zijns Lichaams. Zoo spreekt Paulus dan ook van een „door
Vleeschwording des Woords om,
Dan
Alzoo worden we ééne plante met hem. En zoo
geldt
feit
waarheid
in
waarbij van de geloovigen
wat we boven zagen. Zoodra
dit
zich openbaarde, behoorden er allen toe, en
waren
ook vóór de Vleeschwording des Woords
in het
die
geloof gestorven waren. Dit .,Lichaam des
enkele personen, dat voor
dit
Heeren" nu
is
niet een wilkeurige bijeenvoeging
van
maar een juiste en preciese realiseering van het schema,
Lichaam
in de verkiezinge
Gods gegeven was.
Is
eenmaal
dat Lichaam volgroeid, dan zullen er alle uitverkorenen als leden in bloeien
ook
en
enkel
die uitverkorenen alleen.
niet- verkorene
er een plaatse in vinden.
zal
Lichaam des Heeren de Bruid er is meer. Dit
tnenschheid
Als zoodanig zal dit
Christi zyn, die hij zich bereid heeft.
Lichaam des Heeren
zal in zijn
Doch
voltooiing ook de nieuwe
God schiep ons menschelijk geslacht
representeeren.
;
Xiet één zal er ontbreken, en niet één
natiën, talen en volkeren. Dit menschelijk geslacht
uit alle
vormt alzoo één stam,
waarvan de natiën de takken en de enkele familiën en personen de bladeren zijn.
Als zoodanig stond
dit
menschelijk geslacht onder een Hoofd,
t.
w.
Adam. En overmits deze stam der menschheid, onder haar hoofd Adam, God verworpen heeft, en alzoo in den wortel verkankerd is, daarom brengt God
in dezen
ouden stam een nieuw organisch leven
Hoofd Christus, deswege onze tweede
wat
dit,
dat al
der
menschheid
in
niet in dit
afvalt,
Adam
in,
onder een nieuw
genoemd. En nu
nieuwe leven overgaat,
is
het beloop
allengs van den stam
en uit deze aarde, naar de hel wegzinkt; terwijl
den dag der glorie niets aan dezen stam der menschheid zal overblijven
dan de leden van
het Lichaam van Christus. In het eind zal dus dit Lichaam des Heeren onder zijn Houfd Christus de stam zelf der menschheid zijn, maar nu van zonde en smet gezuiverd, genezen van haar kanker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's