E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 317
Derde deel
XXXI. HOOFDSTUK X.
ZOND,
rechtsbedeeling in den Staat afhankelijk
Kerk
en dat alzoo de Kerk geheel
;
bekommeren, recht
Staat te
met de rechtsbedeeling en
koloniën
van de rechtsbedeeling
is
om, zonder
is,
spreken op eigen
te
onze Oost en hier
in
erf.
zich hierin
Het
te lande.
is
in de
om den
meê
er
als
Beide toch, onze
ons vaderland, staan onder de hoogheid van het huis van
maar de Kroon
Oranje,
vrij
319
heeft èn voor onze koloniën èn voor ons vader-
land een afzonderlijke regeering ingesteld. Hier
te
lande onder de gevv^one
ambtenaren, en in de Oost onder den Gouverneur-Generaal. Maar juist dit
maakt dan ook dat de rechtsbedeeling
leest geschoeid
is,
En zoo nu ook
vaderland.
maken
en niets te
heeft
in de
Oost geheel op eigen
met de rechtsbedeeling
in ons
het hier. Kerk en Staat staan beide onder
is
de hoogheid van den éénen God zonderlijke regeering ingesteld
;
maar
die
God
heeft voor beide een
af-
voor den Staat onder de gewone vorsten
;
der aarde, en voor de kerk onder den Koning in de hemelen.
maakt dat de rechtsbedeeling van den Staat
En
dit
niets uitstaande heeft
nu
met
de rechtsbedeeling in de Kerk, noch de rechtsbedeeling van de Kerk met die
van den
Staat.
Doch tegen deze
nu
was
Schriftuurlijke
maar ééne Kerk gold, en
eigenlijk
er
Staat als in de Overheid.
Zij
voorstelling
verzette zich Erastus op
en
verzet,
in
1rad
kwamen
hun
de Zwinglianen
voetspoor. Volgens
die souvereiniteit beruste bij de Burgerlijke
op als dienaresse Gods, en was alzoo als Christelijke
overheid in de Kerk geplaats. Kerkelijke en burgerlijke gemeente één.
feitelijk
beiden
hem
souvereiniteit die op aarde, zoo wel in den
De Christen was burger en de burger
was dus
Christen. Tusschen
mocht geen onderscheid worden gemaakt. Diensvolgens had deze
Christelijke Overheid zeer zeker den plicht
om
te
zorgen dat er een Kerk
was, en dat in die Kerk de zuivere waarheid werd gepredikt maar altoos onder beding dat aan haar de hoogheid ook over die Kerk bleef. De Kerk ;
had alleen alleen
als
te leer en
de
;
wat
er dus feitelijk op
neerkwam, dat de Christus
Profeet en Leeraar werd geëerd, en niet erkend werd als
Want wel werd dit koningschap niet ontkend, maar het wierd saamgevlochten met de Souvereiniteit Gods die op de koningen der aarde
Koning.
gelegd was, en alzoo als zelfstandig koningschap vernietigd. Op grond van
deze
overtuiging
sequenter
zin,
nu leeraarde Zwingli, en bepleitte Erastus
het stelsel, dat niet de kerkelijke ambtsdragers,
om
de Overheid het recht bezat, heid
van
belijdenis
eischt strafbepalingen
en wandel
maken
ongeregeldheid van wandel.
nog con-
maar alleen
door uitspraak en tucht voor de zuiverte
waken.
Zij,
niet de Kerk,
kon desver-
op het verloochenen van de waarheid en op
Zij,
der Kerk voor zich te dagen.
in
en niet de Kerk, had het recht de leden
Zij,
en niet de Kerk, had dus het recht
om
i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's