E voto Dordraceno - pagina 456
ZONDAG
444
HOOFDSTUK
XVI.
en een lijden dat op het sterven volgt. Hoe
IV.
is
dit
nu ? Heeft God de
Heere, die alleen met den dood gedreigd had, na den val een zwaarder straf
opgelegd dan Hij oorspronkelijk gezegd had? Onmogelijk immers!
Dan
toch zou én de waarheid én de gerechtigheid Godes te niet gaan.
Neen,
als
God gezegd
had: Gij zult den dood sterven, en er komt nu eerst
een lijden dat aan den dood voorafgaat, dan de dood zelf en daarna nog een lijden dat op den dood volgt, dan spreekt het vanzelf en kan het niet anders, of én dit lijden vooraf én dit lijden
begrepen
zelf
dood
daarna moet
in
den dood
en kan derhalve ons tijdelijk sterven van dezen vollen
zijn,
meer dan een stukske zijn. Op grond hiervan hebben onze vaderen dan ook zeer terecht beleden, dat de Dood de naam is voor die vreeselijke macht van vernieling en verwoesting, die op elk terrein des levens doordringt tot in den wortel,
om
niet
tot in
kiem
te
de diepste en
God
vernietigt niet. Vernietiging
Neen, maar de dood
bestaat er niet.
de door
fijnste levensvezelen
De dood
smoren.
in
gelegde levenseigenlijken
vernielt, verwoest, verderft
zin
en laat
aan de plage zijner verwoesting geen einde komen. Hij grijpt uw ziel aan, door den band los te maken die haar aan God bond. Hij grijpt uw persoon aan, door den band los te maken die u verbond met de Fontein aller goeden. Hij grijpt uw aardsche existentie aan, door den band los te
maken
die
stroom over u
saambond. Hij breidt zich als een en doet u „midden in den dood liggen." Hij maakt
en lichaam
ziel uit,
u geestelijk dood,
hij
doodt
u
in
uw
En dan houdt
levensgeluk,
hij
doet u eens wegsterven
Neen, dan gaat de werking van den dood nog altoos door. Eerst in het graf, en dan in wat onder het graf is, in den eeuwigen dood, of in het lijden der helle na het oordeel. De dood vrucht dragende in eeuwige rampzaligheid. Let nu wel op, dat dit alles besloten lag in de straf, die om der zonde wil komt over een iegelijk die in zonde ontvangen en geboren is. En uit
deze wereld.
nog
het
niet
op. o.
dat dus de Heere Christus, indien Hij niet slechts een gedeeltelijk,
een volkomen Verlosser zal
zijn,
ons van
al
maar
deze deelen der ééne ont-
zettende doodstraffe verlossen moet.
Nu
heeft Hij onze straf gedragen.
was op Hem";
en de Heere heeft
,,
„De
den vrede aanbrengt ongerechtigheden op Hem
straf die ons
onzer aller
doen aanloopen". Is ons nu als straf opgelegd de Dood, maar zoo dat die dood in zich 3o. het sluit: 10. nu reeds op aarde een staat des lijdens; 2o. het sterven; óf één zijn, van tweeën dan moet 4^. hel; graf, en het nederdalen in de deel een er dat Jezus ook al deze vier voor ons onderging, óf wel dat van de door ons
te
dragen straf nog onbetaald
ligt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's