E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 509
Derde deel
.
ZOND.
werkt,
om
hebben, dat voor
iets te
waaraan ge dus eere
maar met de
XXXlYb. HOOFDSTUK
511
I.
het opperste en het hoogste
ii
biedt en hulde brengt, Zoo schiep
God
zalige kennisse dat dat hoogste
God het
in
zelf was, en zoo
en
is,
Adam
,
werkte
die neiging religieus. Ze was in hem het steunsel van zijn godsvrucht. En nu is ook na den val, dit besef in den zondaar nog wel werkzaam, maar het is vervalscht. De drang, de neiging is er nog, maar ze richt
meer op het zuivere
zich niet
om
ging, de zucht,
wegnemen;
uit zijn hart
die
levenden
weet, dat voelt
meer op den
om hij.
alleen
is
maar
een God
te
dus de
drift,
de drang, de nei-
meer op den
ze richt zich niet iets anders.
De mensch
is
hebben. Hij kan niet buiten een God. Dat
maar hij God. maar op
Alleen
levenden
richt dien iets
drang nu
als
zondaar niet
hem wordt
anders dat god voor
bestaat zijn zonde in het eeren van een anderen god.
feitelijk
men dan
Daartoe kiest
saam hun
Zoo
en dus moet ze zich richten op
God,
er op geschapen
en dus
doel.
aanbidden nog aanwezig, en geen mensch kan
iets te
zijn eigen
vrouw, een vrouw haar man, beiden
lijk
ten laatste de hoovaardige zichzelf. Doch hoe het ook ga, altoos heeft
de
mensch
een
god,
allen verschillend, is
^
kind, een vierde de kunst, een vijfde het goud, enz., en einde-
bij
wat dan ook den een
dit
dus, niet dat ze geen god hebben,
waarachtigen, den levenden God op
god
zijn
en
bij
maar zij
zijn
moge, en
den ander dit,
die
dat. Aller
god
is
bij
zonde saam
dat ze den wezenlijk, den
zetten en
iets
anders als god eeren.
Kort gezegd dus, dat ze andere goden hebben.
En
dit niet alleen,
den hebben voor
maar wel
zeer bepaaldelijk^ dat ze deze andere
go-
-
zijn aangezicht.
Immers de hun ingeschapen drang en neiging strekte er zich naar uit aangelegd, om God zelf als God te hebben. Vandaar het proefgebod, dat juist bedoelde, den mensch er toe te brengen, om den levenden God zelfl^ewust als God te kiezen. Doch juist hier viel de mensch.
en was er op
Satan fluisterde en nu veslaaft
hem hij
zelfde zielskracht die
Elke andere
god,
in
:
Gij zult zelf als
God
zijn.
Hieraan gaf
hij
gehoor,
zich aan zijn zelfgekozen, valschen god,
maar met degeschonken was, hem om den levenden God te eeren.
dien
hij
kiest en eert,
is
dus tegelijk een verwerpen
van den levenden God. Een hoonen van den God des hemels en der aarde ^ in zijn aangezicht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's