E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 501
Derde deel
ZOND.
XXXI V(A. HOOFDSTUK VIL
ons zoowel „beschuldigen als ontschuldigen
maar
;"
503
weer
dit laatste alleen
zake van schuld, als anderen ons een schuld aanwrijven en onze con-
in
sciëntie
alsdan over deze aanklacht vonnis
velt.
Louter goedkeurende
spraken daarentegen geeft de consciëntie als zoodanig
niet.
kent Gods kind geen daden, die volstrekt goed zouden
zijn
kan
er
bij
overwinning na
strijd,
Vooreerst toch ;
en ten andere
en na weerstand tegen de verzoeking,
wel een gevoel van vrede of blijdschap over ons komen
;
maar
van de consciëntie, maar eenvoudig een besef
uitspraak
uit-
dit is
>
geen
ons zelfbe
in
wustzyn. Eerst waar de zonde insloop, en de mensch „als God wierd ken-
nende het goed en het kwaad," ontstaat
God ons dwingt ven ons
staat.
gedoold,
zag
in ons oordeel te
in,
maning van ons de
dat
zien,
dat de consciëntie de zetel
schrijver anders ook is
om
ons
consciëntie als zoodanig
te beteren",
bij
zij
af-
van „de ontaarde natuur-
en als Hoppe het geweten omschrijft, als
innerlijk besef
waardoor
rekenen met een hoogere wet, die bo-
Ook Beek, hoe veelszins deze
religie in ons",
lijke
die eigenaardige actie,
..een ver-
toont ook
in te
hij
den zondaar hoort, en
hem
bij
alleen.
Een „goede" consciëntie consciëntie"
„verzoende
is
dan ook in de Schrift niets anders dan een
en volstrekt niet de zuivere consciëntie, die ons
vanzelf onfeilbaar leiden zou. Als maatstaf en richtsnoer deelen bezit onze consciëntie niets
zondaar overbleef; en voorts het rechtstreeks, hetzij door onze ling
valscher
is
dan de
dan ons licht
naar
dat
we
uit
te oor-
ook in den
Gods Woord,
hetzij
omgeving opvingen. Vandaar dat geen
stelling, dat
Ze kan dwalen in wat ze
om
zedelijk besef, dat
stel-
onze consciëntie niet dwalen kan. >
voor goed houdt. Ze kan dwalen in de con-
stateering van onze daden. En ze kan dwalen in het vonnis dat ze velt. En de eenige uitnemendheid der consciëntie ligt hierin, dat, terwijl we voor onze medemenschen valsche beweegredenen kunnen opgeven, we in onze consciëntie met geen andere beweegreden kunnen rekenen, dan die
we
wezenlijk hadden. Alle opzettelijke bedekking, alle listige verbloeming
valt voor de consciëntie weg. bij
Maar
zelfbedrog, en zelfmisleiding
blijft
Gewetenloos
heeft
dienovereenkomstig een dubbelen
gewetenloos geivorden
zijn,
doordien
hij
zin.
Iemand kan
zoo lang en zoo booselijk den
prikkel der consciëntie weerstaan heeft, tot de consciëntie ophield in te
ook
de consciëntie mogelijk.
hem
werken. Of ook iemand kan een gewetenlooze daad verrichten, zoo
den euvelen moed en den roekeloozen wil heeft, om, consciëntie uit te
hij
veroordeelde zijn
reeds den lust of de gedachte aan zulk een kwaad, het toch
voeren en door te zetten.
hem nog
al
Van
achteren kan daarom zijn consciëntie
wel verwijten, geheel stom behoeft de consciëntie in
hem nog
-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's