E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 593
Derde deel
XXXVI. HOOFDSTUK
ZOND. beteekeilis leent,
Naam
de rijke inhoud, die achter
is
595
III.
en etiket schuilt, en
onder menschen meê wordt aangeduid.
er
Na
dus
derde Gebod te hebben uitgelegd, en in ons tweede
het
eerst
hoofdstuk bepaaldelijk het rechtstreeksch gebruik van den
komen we thans op
besproken,
Goddelijke Openbaring;
w.
d.
z.
Kaam te
hebben
menschen verplichting tegenover de op hetgeen hem met opzicht tot die Open's
Wat
baring eenerzijds geboden en anderzijds verboden wordt.
ten deze ge-
wordt bespreke het onderhavig hoofdstuk het verbod volge
boden
'
in het
slothoofdstuk daarna.
Wat nu
het gebodene aangaat, zoo geldt hier drieërlei regel
Heeren moet gekend, moet
des
Adam
voor
gold
;
De Naam wat
nog slechts de algemeene openbaring had; wat nu
die
nog geldt voor den zondaar, overhield
:
beleden en moet op ivoeker gezet. Iets
die
maar wat met name
nog slechts een deel van
die openbaring
geldt voor een iegelijk die
met de
bijzon-
dere openbaring Gods in aanraking komt.
Al het gewicht valt hier dus op het
God
Hij is geen te
feit,
dat
die zich verborgen houdt.
God
Had
zich geopenbaard heeft.
Hem
het
niet beliefd zich
'
openbaren, niemand zou ooit vermoed hebben dat Hij bestond; en geen
menschenkind zou
ooit iets
allereerst in dit feit der
een nederbuigende toe
op
leende
een
van den Eeuwige hebben afgeweten. Er
Openbaring een daad van goddelyke
liefde
Immers een hooggeleerd man,
goedheid.
bewaarschool
is
dus "
en van
die er zich
van kleine kinderen, aan elk van
die
kleinen zijn bestaan en bedoeling duidelijk te maken, zou nog voor geen zich zoo diep nederbuigen, als
duizendste part Hij
Die
God de Heere
aan het edelste onder de kinderen der menschen
zijn
doet,
Naam
waar
openbaart.
openbaring van zichzelven aan den mensch begon reeds daarin, dat
Hij den
mensch schiep naar
hem
schapen, dan zou het
geopenbaard nagepraat,
naam
had.
maar
hij
zijn Beeld.
uit zijn
God hem
als een papegaai dien
vatten,
semen
ook
al
als ge
was
7'eligioms,
onmogelijkheid,
klimmen
is,
is
tot het recht ver-
Daarom
is
het dan
er geen zaad der godsvrucht in zijn hart.
iets
van
Zonder
noemde, verkeert ge eenvoudig
uw God
te verstaan,
dit
in de
en indien er niet een
„ingeschapen Godskennisse" was, en indien zelfs in den zondaar niet nog
een ja
flauw
'
waant, dat iemand het Evangelie wel zou kunnen
gelijk Calvijn het
om
Naam
naam hebben
mensch naar Gods Beeld geschapen
eigen zelfbewustzijn op te
stand van wat God ons omtrent zichzelven openbaart.
ook zoo dwaas,
al zijn
zou nooit hebben gevoeld noch begrepen wat in dien
school. Eerst doordat de
hij in staat,
de mensch toch anders ge-
niets gebaat hebben, of
mocht dan
Hij
Ware
besef van deze ingeschapen Godskennisse ware overgebleven,
indien de wedergeboorte deze ingeschapen Godskennisse niet,
wat het
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's