E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 521
Derde deel
XXXIVÖ. HOOFDSTUK
ZOND.
symbool van haar kracht scheen. En zoo als de
gaan aanbidden,
te
ander een
rivier; gelijk
macht
523
III.
kwam
de één er
die leven en bloei wekte,
aanbad een
de Ganges, die een dorren akker vruchtbaar maakte
en knielde een derde, neder voor den natuurkracht. Doch in welken
stier als zinbeeld
vorm deze
eerst op de geheele natuur
het geheim van zijn schepping,
met
van overstelpende
afgoderij ook optrad, toch
men
en bleef het altoos Natuurdienst. Den Schepper had
moest zoo wel het
om de zon
toe,
komen,
was
laten varen, en
als uitdrukking
van
de in haar schuilende levenwekkende
of levenvernielende macht.
Maar
natuurlijk hierbij
maar met
machtig,
om
terrein,
zelfaanbidding,
om
zich
kon men
niet blijven staan. Die
Natuur was wel
Natuur streed men. Als mensch worstelde men op
macht der natuur aan banden
die
elk die
leiden,
die
waarvan
van de Natuur
te
en juist
te leggen;
moest
alle afgoderij uitging,
wel toe
er zoo
wenden naar den Mensch, die haar o ver-
mocht. Vandaar toen de vereering van helden, die tegen de wilde beesten gestreden hadden; die den wilden stroom hadden ingeperkt; en
met roem die
waren, door de uitvinding van het vuur en zooveel
geslaagd
in
er
meer den mensch tegen de macht van de Natuur te wapenen. Die openbaring van menschelijke macht tegenover de natuurmacht nam spoedig een derden
vorm
aan, doordien
men
zag, dat niet de en-
toen
al
kele
mensch, maar eerst de vereenigde menschheid, in
rijken
en staten ^
ssaamgevoegd, die hooge macht ontwikkelen kon, die waarlijk rust en vrede
Mannen,
aanbracht.
die zulke staten
hadden
of tegen geweld roemrijk verdedigd, en
daardoor
al
Vandaar dat
in
men
vindt, dat zulk een
men
hem
alzoo
hen het voorwerp van in
de
oudste
gelijk
zijn
En
hem
lijk
hart.
te
ma-
den overtuiging is,
en dat
de Staatsmacht aanbad. die
macht ook ingeworsteld,
gelijk
men
geworsteld had tegen de macht der natuur. Zulke gebieders
tegen die despotie en tyrannie
is
vrijheid
van het menschelijk
toen geworsteld door
naar vrijheid dorstte, uit hefde voor het schoone, uit liefde
begonnen
vereering zocht en vond.
tijden bijna allerwege
werden despotisch. De tyrannie verstikte de leven.
in glorie,
machtig gebieder een bovennatuurlijk wezen
en in
Doch toen moest opnieuw tegen eerst
nu heerschten
uitgebreid,
spoedig zulk een overweldigenden indruk van majesteit
men
dat
ken,
hadden
gesticht,
uit liefde
al
wat
voor de kunst
voor het vaderland. Zoo rijpten dan de idealen in het mensche-
Door
te fnuiken,
die ideale bezield, slaagde
men
en zoo lag het voor de hand, dat
er in ten leste de tyrannie
men
én de personen die als
helden deze vrijheid hadden veroverd, én de idealen, die tot deze worsteling bezield hadden, als het hoogste ging vereeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's