E voto Dordraceno - pagina 351
ZONDAG eindigend verderf. Het
is
HOOFDSTUK
XIII.
u ongereed en zondig geworden. In
alles in
uw
verleden tot in den wortel van
aanzijn in
uw
zoolang er een eeuwig aanzijn voor
uw
de allerdiepste diepte van
in
zelf
339
I.
Adam; vóór
onsterfelijk
wezen,
met een oneindige diepte geschapen
tot
is.
wezen
zoover
uw
uw
u uit eeuwiglijk zijn zal; en tot
hart door
God
Plaatsbekleeding, waarneming
van uw zake baat u dus niets en brengt u niets verder, tenzij er een eeuwige kracht op gezet worde. En dat nu kan alleen zulk een Middelaar, die
tevens
Gods eigen Zoon en God
eindige waardij
is
er
zelf is. Met minder dan een ongeen rantsoen, dat u redden kan, denkbaar.
Doch ook dat is nog niet al. De zaak is maar niet dat gij gered wordt, maar omdat uw zake met den Drieëenigen God is, zijt gij niet te redden, en is uw zake niet af te doen, tenzij, in de tweede plaats, tegelijk de zake des Heeren tegenover u recht, volkomen recht erlange. En overmits
nu ik
alle
schepsel
zeg niet
te
onbekwaam
om de eere van het recht des Heeren, om ook maar te weten hoe het gehandhaafd
is,
handhaven, doch
moet worden, baat u geen Middelaar, dan zulk oplevert van de zake alleen de
En
Zoon Gods,
Gods tegenover u
afgedaan, en
in
uw
God
die zelf
eindelijk, ten derde, het
is
uit
te
een, die tevens richten;
waarborg dit kan
en ook
is.
u niet maar noodig, dat
uw
zake geheel
zake tevens de eere Gods onschendbaar gehandhaafd
worde, maar ook dat er voor u volle zekerheid desaangaande besta. En ook deze zekerheid wederom kan u niet geworden, dan langs den geestelijk mystieken weg, dat gijzelf, als kind Gods in Christus Jezus aangenomen, hem, uw Middelaar, als Gods eigen eeniggeboren Zoon bekent. Is uw Middelaar de Zoon van God, dan valt natuurlijk elke twijfel, of de redding die hij aanbrengt, bij Gode wel vast zou staan, weg. Maar ook deze wetenschap moet geen uitspraak van uw verstand, maar de in heel uw bestaan gewortelde belijdenis van uw persoon zijn, d. w. z. eerst zelf als kind Gods aangenomen en in het kindschap ingelijfd, bezit ge het vermogen
om
metterdaad en
in
waarheid
dit
eeuwige Zoonschap Gods
te
gelooven.
dan ook, waar de Catechismus in zijn geestelijk practicale behandeling terstond op komt. Hij redeneert niet uitwendig, maar zet in zijn boekske den troost der geloovigen in leven en sterven uiteen. En omdat ze nu niet gebaat kunnen worden dan door een Middelaar die zelf de eeniggeboren Zoon van God is, en zij in dien Middelaar als Zoon van God, eerst zoo ze zelf kinderen Gods wierden, practicaal gelooven kunnen, verbindt hij nu deze twee aanstonds in deze zoo schoone vraag: „Waarom wordt Hij, die Middelaar, Gods eeniggébortn Zoon genaamd, daar toch ook wij Gods kinderen zijn?" Een vraag waarop hij antwoordt: „Daarom Dit
is
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's