E voto Dordraceno - pagina 407
ZONDAG
XV.
HOOFDSTUK
395
II.
En zoo hangen dan deze twee onlosmakelijk saam. Uit vrije erbarming nam hij onze schuld op zich; en om onze schuld werkelijk te kunnen dragen moest
Op
onze
hij
aannemen onze menschelijke natuur.
natuur
na
rust
den
val
in
het
paradijs
de toorn Gods.
Daarvan getuigt de klager in Psalm XC: ,,Wij vergaan door uw toorn en door uwe grimmigheid worden wij verschrikt"; wat in dezen Psalm juist van onze natuur gezegd wordt. „Van nature", roept ook de Apostel, „worden we als kinderen des toorns geboren". Deze toorn is bij God den Heere heel anders en veel ontzaglijker dan ons, menschen.
bij
beweging onzes gemoeds, waardoor we tegen iets, dat ons hindert, en kwaad dunkt, met al de spanning van ons bloed ingaan, om het met woord en daad te vernietigen, te bestraffen of te stuiten. Vandaar dat in ons de toorn billijk of onbillijk ontstoken kan zijn. Onbillijk, als wat ons in vlam zet zondige geprikkeldheid of ons
Bij
baatzucht
wat
is
is.
toorn een
Billijk
heftige
daarentegen
laag, verachtelijk en
gemeen
is.
als
de gloed
in
ons ontbrandt tegen
In dien laatsten zin
is
toorn dus het
kunnen berusten in de openbaring der ongerechtigheid; er door geprikkeld worden; er tegen ingaan; en bij die spanning onzer ziele in ons bloed ontstoken te worden en ontstoken in het vuur onzer niet
lijdelijk
lippen.
Deze goede, billijke toorn nu is eenigszins een natuurlijke afschaduwing van wat de toorn eigenlijk in God den Heere is, doch meer dan een zwakke afschaduwing ook niet. Ge moet er namelijk op letten, dat zoodra ge van het Eeuwige Wezen spreekt, er geen ongerechtigheid naast, bij of tegenover Hem openbaar kan worden, of Hij als Schepper moet zelf die ongerechtigheid dragen. Kaïn heeft Abel niet kunnen vermoorden dan met kracht die God zelf op dat oogenblik in hem onderhouden moest. Een zondaar loopt om te zondigen niet uit de Schepping weg, om nu ergens buiten de Schepping
Gods en niet.
om zijn euveldaad te volvoeren. Dat kan hij zondaren geldt het: In Hem leven zij en bewegen zij Van oogenblik tot oogenblik is het God, die ze met zijn
buiten den Heere
Ook van
alle
zich en zijn ze.
almachtige hand draagt; die al hun kracht in hen ophoudt; die ze denkvermogen en zinnensmacht geeft; en ook bij het volvoeren, doen ze hun kwaad met een macht die Godes is. Alle kwaad wordt bedreven voor Gods aangezicht; met goed, dat Hij gaf; als in de eigen hand Gods,
waarmee Hij alle natuur draagt. Onder menschen komt het soms
voor,
dat
men gruwelen
bedrijft
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's