E voto Dordraceno - pagina 218
ZONDAG
206
om
vele natuurkundige gegevens, in
IX,
HOOFDSTUK
IV.
den overgang
uit het
ééne soort wezens
het andere waarschijnlijk te maken.
Doch onder wat vorm ook aangeprezen, altoos gaat deze voorstelling dan toch uit van de diepzondige leugen, dat de wereld eigenlijk medeeeuwig met God zou zijn. Een waan, dien men daarom als diepzondige leugen behoort te brandmerken, omdat het stellen van een eeuwige stof naast God, vanzelf er toe leidt om eerst die Stof als goddelijk met God te eeren, en straks de eere van de Stof in de plaats te stellen van de
Hem
eere die
alleen toekomt.
derlijk altoos
God God
Vandaar dat deze valsche waan onveran-
deze twee gruwelen geleid heeft: vooreerst,
tot
in
de Stof bedelvende.
God
Als de Stof mede-eeuwig met haar; dan
bodem
als evenknie;
En
en
vergat en de Stof zelve aanbidden ging.
God
is,
dan heeft God geen macht over
heur aanzijn niet verschuldigd; dan staat ze is
alzoo rechtstreeks aan alle godsvrucht de
brandt deze haard van ongerechtigheid nu niet
al
kolen op één dag
uit,
voortsluipt, dit juist te erger:
verleidt het de
op verdacht
ja,
al
is
al
zijn
het dat deze booze gloed niet dan lang-
maakt het kwaad, dat er inzit, niet minder gevaarlijk want niet het minst door dat ongemerkt voortkruipen
zielen
der onnoozelen, zonder dat de kerk van Christus
is.
En wel mogen dan ook eens
men
ingeslagen, alle gebed tot leugen gemaakt en alle aanbidding af-
gesneden.
er
Hem
de Stof
is
Hem
naast
zaam maar
dat
pantheïstisch met de Stof ging vermengen, en ten andere, dat men,
Origenes,
op
zekere
die
vele
predikers,
die
even onbedacht,
als
wijze en in zekere manier aan de absolute
dan niet rechtstreeks, maar langs een omweg, dan toch weer een Eeuwige Stof stellen, voor Gods heilig oog zich zelven afvragen, hoe ze het in den dag des oordeels verantwoorden zullen, dat ze zoo doodelijk gif, en dat nog al onder schijn van vrome beduimeling, in de geesten der menschen hebben ingedruppeld. schepping
uit
niets
tornen, en ja,
Veel hooge wijsheid baat hier dan ook
niet,
en
al
spanden
alle
knappe
doorhunner beste krachten in, om gronden, toch zouden ze aan het einde hunner diepzinnigheden nog altoos even onvernuftig en onnoozel en nietswetend als aan den aanvang hunner onderzoekingen blijven, want verklaren, hoe eigenlijk scheppen toegaat
koppen het
uiterste
dit raadsel
te
kan een wezen, dat zelf geschapen is, eenvoudig nooit. Alleen wie zelf ongeschapen en Schepper is, kan de wondere majesteit van de daad van het Scheppen verstaan. De Heilige Schrift zegt er dan ook niet anders van, dan dat God sprak: „Het zij er" en „zie, het was er", en elders dat Hij alle ding schiep
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's