E voto Dordraceno - pagina 408
ZONDAG
396
HOOFDSTUK
XV.
II.
ons eigen huis; met ons goed; misbruikende een
mensch
ieder
in
zijn
maakt; en hoeveel heeter
onzen toorn
Maar
geschonken
ons
schendende een door ons verleend vertrouwen. En reeds dan
kapitaal; voelt
door
hoeveel schandelijker dit het misdrijf
nieren,
is,
komt het
uit,
dan
niet
de ontbranding van
!
nu,
God den Heere
bij
is
alles
dit
het oneindige versterkt.
in
Hem is alle zonde volstrekt in zijn huis, voor zijn oog, met goed en door zijn kracht gedaan. Als een booswicht de hand van een moeder nam, en die misbruikte om haar zuigeling te worgen, kon er geen banger gruwen aan het hart van die moeder worden aangedaan dat gestadig ingaat tegen het Eeuwige Wezen, als dag aan dag de zondaren de vingeren van zijn goddelijke hand misbruiken om al hun zonden door te zetten. Denk dit nu in, en gij zult Gods toorn althans eenigermate verstaan. Verstaan dat verterend vuur", waarbij geen onzer wonen kan. En ook vatten, waarom „toorn, grimmigheid, verbolgenheid", woorden klimmend in kracht zijn, om het afgrijzen en gruwen van alle zonde in den Eeuwige 1 egenover
zijn
,,
drukken.
uit te
Ge
kent het
uitstrekt,
woord
reactie. Reactie, zooals
ge een insect langs
als
u naderen voelt. Reactie,
uw
ge vanzelf de hand afwerend voelt
kruipen of een ondier
u te vrijwaren tegen de aanraking van wat
En zoo nu is ook de „toorn Gods" een goddelijk zonde en ongerechtigheid. Een afwerend uiten van goddelijke mogendheid, om de zonde verre van zich te houden.
Omdat alle
hals
leven niet duldt.
reageeren tegen zijn
om
uw
Hij
alle
heilig
onrechtigheid
toornt
is,
in
Hij
vanzelf,
zijn schepsel.
noodzakelijk en rusteloos tegen
En deze
toorn brandt door, en brengt
aan het zondig schepsel den dood. Toch is deze toorn Gods geen vuur dat brandt alsof het bij dat branden aan Gods wil onttrokken zou zijn. De Heere vermag den toorn in te houden. Hij houdt zijn toorn niet in eeuwigheid (Micha VII 18). Hij kan zich wenden van de hittigheid zijns toorns (Deut. XIII 17). Er is :
:
een
oogenblik
XXX
in
zijn
toorn,
maar een
leven
in
zijne
goedgunstigheid
kan een weinig en veel ontbranden. Hij kan rooken (Ps. LXXIV Zijn toorn kan uitgesteld (Jes. XLVIII 1). 9). In den toorn gedenkt hij des ontfermens (Hab. III 2). Ware dit niet zoo, en ware de toorn des Heeren terstond in het paradijs in volle kracht uitgegaan, zoo zou opeens de aarde verteerd zijn en de hel geopend. Dat er sinds het paradijs nog een leven op aarde mogelijk was, is het ophouden en inhouden van zijn toorn. Een daad van genade. En dat ook gij persoonlijk niet reeds lang verteerd zijt, maar nog leeft en in (Ps,
:
6). Zijn toorn :
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's