E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 522
Derde deel
Feitelijk
^
hoofdstuk
zo^D, XXXIYt».
524
dus de historie der afgoderij niets dan een worsteling van
is
macht tegen macht. Eerst worstelt de mensch
komt daardoor
zich los
Doch dat duurt
van
Natuur zelve het voorwerp van
die
God en
zijn
verwantschap met de na-
tot zelfaanbidding. In zijn sterke
wordt nu eerst
tuur,
III.
zijn
aanbidding.
nu de tweede worsteling, thans tegen
slechts zoolang als
Xatuur, wordt ondernomen, en zoo ontstaat de aanbidding van den
die
overwon en van den
staat of zijn gebieder in
held
die
lijke
macht openbaar wordt. Slaat dan
tyrannie
in
tegen
vrijheid
ondernomen, en
thans
die
op,
macht
dan wordt de derde worsteling van 'smenschen geest
over,
tyrannie
die
wien de mensche-
eindelijk die menschelijke
het
komen
zoo
van
voorwerp
van de
al die ideale^
aanbidding
mejischelijke
worden.
Doch ook natuur *
kan de mensch
hierbij
niet blijven staan.
ideale positie te hoog, te
is die
te
ijl,
Voor
zijn
gebroken
weinig tastbaar. En nu ont-
wikkelt zich in het maatschappelijk leven de nieuwe macht van het als
om
middel
alle
G-eld
zich te onderwerpen: en straks de
nog
Vleesch, die eindelijk in de aanbidding
van
macht aan
lager staande
macht van het
het gemeene
en lage verzinken doet, tot de apostel ten leste klagen moet
over hen van wie
weenende
hij
zegt, dat
Zoo nu was het vroeger, en zoo
Nu nog diezelfde Bij is
ziet
hun buik hun God
het feitelijk nog.
is
ge een ieder, die niet bekeerd
vormen van
den één moet
is.
den levenden
is tot
G-od, in
afgoderij wegzinken.
alles
zwichten voor den drang der Xatuur. De natuur
het eenig reëele. Haar wetten zijn de onverbrekelijke wetten. In haar
moet < den,
alle heil gezocht.
om
in
En waar
die
natuur een drang doet geboren wor-
zonden van onkuischheid
te vallen,
daar moet schaamte en
kuischheid opzij gedrongen, en aan de wet der natuur gehoorzaamd.
Voor een tweede is niets;
ligt
de hoogste macht in den Staat. Boven den Staat
voor den Staat moet alles wijken en zwichten. Nog van een God
te spreken, die eischen
tegenover dien Staat zou kunnen doen gelden, feilen.
Wat hij
vaststelt, is
er niet.
de ongerijmdheid zelve. Die Staat kan niet
een ander recht dan wat ger, het individu,
moet
hij
hij
bukken. Zells over
heerschappij
pogen over
voeren.
zijn
En waar
den Staat
is
als hij wil,
is
En ook
recht;
de bur-
maar voor den
Staat
lichaam zal die Staat door vaccinedwang zijn conscientie
hij
te stellen, spot die Staat
scientie tegenover
loopen op
en
ijkt
mage zoo hoog staan
bepaalt
is
met
zijn
tegen dien Staat zou
gemoedsbezwaren. Een con-
een ondenkbaar
iets.
En
het al
moet
uit
steeds rijker Staats vergoding en steeds voller aanbidding van
dat mystieke wezen, dat
men den
almachtigen Staat noemt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's