E voto Dordraceno - pagina 142
ZONDAG
130
zoolang het geloofsoog heerlijkheden
Gods
in
VII.
iemands
HOOFDSTUK ziel
niet
II.
kunt
is,
hem ook de
gij
niet toonen.
Voorwerp van deze kennisse is de Wet en het Evangelie, d. i. al wat ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Dus volstrekt niet enkel de blijmare des heils, maar in de eerste plaats zelfs de rechte, doorzichtige
God
Heeren heiligheden en eigen diepe verdorvenheid, zoodat men daarin een inzicht krijgt, zoo klaar en zoo helder, als zag men zich voor zijn eigen oogen levend omkomen in den eeuwigen dood. Maar dan natuurlijk ook een kennisse van het Genadeverbond, niet als een van kennisse van
's
buiten geleerde
maar
les,
als
een inzicht hoe
waarachtig
het
heil
in
Christus bloeit.
Vandaar dat men veelszins ook nog wel onderscheidt tusschen de kennisse en de toestemming van het geloof, die toch in den grond slechts één zijn. Het is toch onmogelijk dat iemand met deze ingewrochte, klare, hemelsche
Wet
kennisse
en
Evangelie
doorzien
om dan nog
zou,
te
moet de ziel er onmiddellijk bijvallen. Ge kunt het fonkelend starrenheir niet aan het firmament aanschouwen, zonder onmiddellijk toe te stemmen dat het twijfelen, of ze wel v/aar waren. Als er geloof
prachtig
is
in
de
ziel is,
en schoon.
Maar hiermee
het geloof niet voleind. Behalve dat het helder kent
is
en ontwijfelbaar toestemt, doet het ook nog heid toepast. M. a. w. het werkt ook door
dit,
den
dat het met wisse zeker-
aan
ook
en
wil,
het
aan het A'envermogen, leent het een hemelsch vermogen van zekerheid en kracht, niet maar bestaande in een verhooging van de natuurlijke wilskracht, maar in de inwerking van een bovennatuurlijk wils- evenals
effect.
Dit nu noemt onze Catechismus:
„een
zeker
ontwijfelbaar
of
vertrouwen."
De door den
Heiligen Geest ingeplante kennisse doet u de vurige
zien en toont u het Lam Gods, en doet u zeggen: Daar Wet én in dat Lam innerlijke waarachtigheid. Maar nu
is is
én
Wet
in
de
die
vraag
in dat vuur van die Wet en gij in het bloed van dat Lam! Niet gissend, niet radend, niet hopend. Geloof is nooit een hopen. Gelooven is zeker van iets zijn, en daarom een personeel verzekerd zijn voor
voor u: Gij
u zelven, dat gij
in
het bundelke der levenden besloten
zijt.
toch staat er: „een zeker vertrouwen dat niet alleen
Zoo maar ook aan heid van
aan anderen,
mij vergeving der zonde, eeuwige gerechtigheid en zaligzij, uit loutere genade, alleen om de verdienste
God geschonken
Christi wille."
Bedoelt
dit
nu,
een buitengewone openbaring dat
gij
gered
zijt?
In
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's