E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 448
Derde deel
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK VIII.
450
uw
neemt
tred hiermee
kennisse toe van de vrucht van Golgotha en het ;
is door die dubbele geloofs verrijking dat ge dagelijks u bekeert en dagelijks
en
rijker
dat
ontdekt,
voller
Heeren verborgenheid over
's
Daar zullen dan wel dagen van
stilstand,
uw
tente
en dorheid tusschenin
komen
ge dan geen
daar worstelt en smeekt ge tegen, en het einde
vrede,
maar met
;
dien verdorrenden toestand hebt
armen der ontferming
altoos weer, dat de eeuwige
is.
soms maanden van winterkoude
die
onder u
zijn,
is
u weer
verder door de golven dragen, altoos het „Jeruzalem dat boven is" meer nabij.
Wil men
geestelijk proces
dit
nu met den naam van „heiligmaking"
bestempelen, gelijk de Cateshismus
mits
men
wat
gij
maar
doet,
zeggen, dat heid
dit in
Vraag 24
doet, ons is dat wel,
wel in het oog houde, dat de „heiligmaking" dan niet uitdrukt
gij
van Christus,
Daarentegen van
uw
treedt, draagt
alleen
wat God
uzelven heilig maakt,
doet.
maar
zijde bezien,
„Heiligmaking" wil nooit
duidt altoos aan, dat de heilig-
u toegerekend werd,
die
uw
u
in
u ook wordt geschonken.
en voorzooverre gijzelt handelend op-
daad altoos en onveranderlijk het ééne zelfde karakter
van dooding van den ouden mensch, en dus van bekeering. Want wel wordt in de Schrift gedurig er op aangedrongen, dat Gods kinderen zichzelven reinigen en heiligen zullen, maar, waar het zoo wordt uitgedrukt, is
hiermee altoos de tweeledige daad bedoeld, die eenerzijds de Heere in
u,
en anderzijds
gij
in Christus volbrengt.
ernstiger moet gewezen,
zelven
heiliger
allengs
Een
omdat de valsche
konden maken
veel
verschil
waarop daarom
voorstelling, alsof wij
te
ons
vrome kinderen Gods weer
onder het werkverbond heeft teruggeleid; en dientengevolge weer de bekeering heeft verzwakt tot een eerste daad van zelfheiliging. Dit alles nu gaat
buiten
Christelijke "^
alleen
geloof
het leer
want het onderscheidende kenmerk van de der zaligheid bestaat toch immers juist hierin, dat wij geloof om,
door het geloof gerechtvaardigd
kunnen doorbreken
tot
zijn,
en evenzoo alleen door het
onze eerste en kunnen voortgaan tot onze
dagelijksclie bekeering.
onze Catechismus nu in Vraag 91 hier nog aan toevoegt over de goede iverken, strekt meer om een overgang van de bekeering op de Wet des Heeren te verkrijgen, dan om het stuk der goede werken nogmaals
Wat
zelfstandig
i
te
behandelen.
Dit
toch
zou slechts 'geleid hebben tot ecne
herhaling van wat in Vraag 86 reeds behandeld was. Toch is het schoon, zoo kort en kernachtig als hier de drie onmisbare kenmerken van alle goed werk aldus worden saamgevoegd Ze moeten het geloof tot wortel, Gods wet tot richtsnoer en de eere des Heeren tot doeleinde hebben. Een :
omschrijving die
alle
werkheiligheid afsnijdt, alle pharizeesche eigendun-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's