E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 232
Derde deel
234
ZOND.
begeert. Niet, dat hij het
drijven?
voornemens
Noch ook dat
geen kindsgestalte
zijn.
XXX&. HOOFDSTUK
hij
wie toch
is;
desnoods
hij
ziel er
op
zal
zonde wel
zijn
Neen, maar dat
de verzuchting, de begeerte zijner
IV.
zijn
voornemens
laten wil.
Dat zou
het begeert. Dat het verlangen,
naar uitgaat, en dat
de ver-
hij
vulling dezer begeerte smeekt en afbidt van zijn God, en alsnu het heilig
Avondmaal van
zoekt, opdat zijn geloof sterking ontvange, en deze versterking
hem
geloof middel in
zijn
worde,
om
tot deze beteringe des levens
te geraken.
Nu
is
daarom
het
niet gezegd, dat wie zóó ten
den eigen dag reeds gevoelt, dat Disch
ontwaart,
dat deze sterking
medicijn het geval.
Soms kan
hemelsch zielsgenot in Zeer vaak
zijn
het niet alzoo.
is
zyn verborgen genade, en
al
hem
toekomt. Dat
is
met geen enkel
een oogenblik van wegsmeltende
gemeenschap. Maar dat
liefde,
en
eisch noch regel.
is
Maar wel doet en werkt de Heere dan toch gebeurt het dan dat deze genade lang toeft
eer haar vrucht uitwerkt, die vrucht komt zeker. als wij er het
daarom
gaat,
of ook onder den
is,
de Heere ons in zijn Disch ook een oogen-
van weelde schenken,
blik
Avondmaal
zijn geloof gesterkt
minste op bedacht
zijn,
komt
En juist
die vrucht
in oogenblikken,
van het versterkte
geloof en van de sterker wapening tegen de zonde in ons
uit.
VIERDE HOOFDSTUK. Zoo
gij
dan uwe gave
zult
op het altaar
en aldaar gedachtig wordt, dat
en
ga
broeder
iets te-
kom dan
laat daar
en offer uwe gave. Matth. 5: 23 en
Bij
offeren,
uwe gave voor het altaar, henen, verzoen u eerst met uwen broeder,
gen u heeit;
en
uw
24.
de zelfbeproeving, die aan het heilig Avondmaal voorafgaat, dient
nog afzonderlijk gelet op verzoend
zijn
met onze broederen. Niet alsof
men met de lieden der wereld in haat en vijandschap mocht leven, zoo men met den broeder maar op goeden voet staat. Dit kan natuurlijk niet bedoeld zijn, waar de eisch gesteld is, dat men zich met waren harte tot God zin
bekeere;
om ook
en waarachtige bekeering vanzelf
zijn vijand lief te
insluit
den lust en den
hebben, te zegenen wie ons vloekten, te bid-
den voor wie ons geweld aandoet. Alle bitterheid moet van ons geweerd zijn;
en haat en nijd die
uit
den wortel van den hoogmoed o])komen,
ziin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's