E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 514
Derde deel
XXXIV5. HOOFDSTUK
ZOND.
516
geen zin hebbeu, dat nog
II.
den mensch gezegd werd, dat
tot
Doch zoo
kunnen?
hel niet.
is
God schiep den mensch op zulk een kan aan den drang van van
waar
iets
om
vrijheid,
om Hem
stellen of te verzinnen.
eert
de ander die eere op
maar dat ^ tens
maar dat
om
iets te
khm-
hij
Twee wegen
is.
;
anders in zijn plaats eeren.
den levenden God
terwijl de één
eert,
hem
dus open. Krach-
bewust creatuur, moet de mensch
eeren, stuur en richting
iets
boven zich anders
als iets
zelf,
's
zijn.
menschen
moet ontvangen, en dat alzoo God
Gij zult
brengt
god noemt of niet noemt,. staan
kan voor hem zoowel God
den mensch gezegd worde:
tot
iets
nu volgt met noodzakelijkheid, dat de aandrift van
hieruit
wezen,
God of
zijn
:
anders over, dat
iets
als
iets
te
:
geen geval Gods
bestaan
zijn
eeren,
En
in
God op
als
kan maar eenerlei doen honig puren maar
bij
maar
iets,
Hem
aanbidding van
macht
het daarbij in zijn
liet
voorbij te gaan, en iets anders in zijn plaats te
De
de mensch kan tweeërlei doen ieder
zich te gevoelen als in de
opkan; maar God
tegen
wel niet ontkomen
wijs. dat hij
om
zijn natuur,
niet
hij
uit dit besef tot de
men, of wel
Een
zoo doe»
hij
moest. Hij zou het vanzelf doen. Hij zou immers niet anders
als
God
eeren, en niet
iets-
anders in zijn plaats.
vroom
is
niets
en-
anders «dan het algemeen besef, dat wij als eindige wezens
af-
hangen van is
de
juist
gevoel geeft dus niets.
oneindigs.
iets
niet,
'^
in
dan
afgoderij.
En hetgeen aan
beheerschende vraag,
alles
eenigen waarachtigen God dit
is er
geen
Religie
is
richt.
religie,
niets
en
/
het
Doet het
:
met het Eeuwige Wezen,
ziedaar
Godsdienst
niets is
dit,
dan
is
er religie.
ziel
dan verval
wat het woord
Verbinding.
religie
aanduidt.
Ook
deswege kan men evenzoo zeggen
dit
woord nooit met een kleine
r
en ga
ik
g,
en
had. Schrijf ik toch „gods-
ik vanzelf in de dwaling, alsof
is,
:
des menschen. Zielsgemeenschap
met een verbindingsteeken geschreven
soort „godsdienst"
Doet het
altoos zich uitend
dan vervulling van het eerste Gebod. Het ware
daarom zoo wenschelijk, dat men dienst"
het zich al dan niet op den
Werking van den band tusschen God
dienst heeft gelijke strekking, en
altoos
gevoel waarde verleent,,
bewuste creatuur. Letterlijk beduidt het niets dan
God en de
dat
ieder
dan de vervulling van het eerste Gebod.
T. w. verbinding tusschen
Gods
of
dit
maar zonde, en zonde
Religie is een woord, dat beteekent .
Dat heeft
mensch,
Godsdienstig
,
ook de afgoderij een
spreken van den godsdienst der Moabieten,.
der Babyloniërs, der Egyptenaren, terwijl toch al deze volken nooit wezen" lijk
godsdienst gehad hebben. Zelfs
hij
die
aan geen god
gelooft, spreekt
dan toch van „godsdienstig gevoel." Men bazelt van „de geschiedenis der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's