E voto Dordraceno - pagina 279
ZONDAG Het
is dit,
in Jezus' uit
XI.
HOOFDSTUK
267
III.
wat bedoeld wordt, met het bidden ook om aardschen zegen bete broods zelfs verbeurd, maar om Jezus' wil ons
Naam. Elke
genade geschonken! eerst wordt die Naam des Heeren waarlijk de springader waaral wat ons gelukkig maakt en vreugde in ons hart schept, ons
Zoo uit .
toewelt.
Deze
Naam
van Jezus
legt derhalve
den ban op
alle
gedeeldheid des
levens.
Wie zegt: een leven voor mijn ziel, om eens zalig te worden, en daarvoor Immanuel; maar daarnaast een leven van mijn denkenden geest, en daarvoor de schat der aardsche wetenschap; en daarnaast weer een leven in de maatschappij en daarvoor de rijkdom van het vaderlandsche leven; en daarnaast eindelijk een leven voor mijn menschelijk hart en daarvoor de vreugde van mijn gezin en van mijn vriendenkring; heeft, zonder dat hij er om denkt, zijn Heiland reeds verloochend.
—
maakt daarom de Catechismus ook gewag van het „zoeken
Opzettelijk
van
zijn
tijdelijk
welvaart
bij
zich zelven, of ergens elders". Zaligheid en welvaart,
en eeuwig geluk
troost beide in
mogen
niet
gescheiden worden. Er
het leven en in het sterven, zoo voor ziel
En wie den Naam van Jezus wel op een
maar één
is
als
lichaam.
hoog houdt en Hem dies roemt als den Zaligmaker zijner ziele voor eeuwig, maar inmiddels op al het overig erf van zijn leven zich andere bronnen van levensgeluk poogt te ontsluiten, die niet in en door den Naam van Christus geheiligd zijn, wete wel dat hij voor negen tienden aan verloochening van den Naam van Jezus schuldig staat. Gelijk het den
Heere onzen
God
deel van zijn erf
verloochenen
is,
bijaldien we.
belijdende als „de Fontein van alle goed", nochtans iets „goed"
Hem
noemen
„goed" meenen te bezitten, dat niet uit deze Fontein geweld is, zoo ook wordt Jezus verloochend door al wie, als zondaar eenige welvaart of eenig geluk of eenige vreugd of eenige zaligheid waant of beweert te of eenig
bezitten buiten
Hem.
Niet, natuurlijk, alsof er alzoo zekere in
tweede „Fontein van
alle
goed"
Jezus zou ontsloten worden, naast de „Fontein van alle goed", die in
het eeuwige
Wezen
is.
Dat kan een Christen
niet bedoelen,
want
ook
niet
één
ondeelbaar
Jezus gescheiden denken van het Eeuwige Wezen of naast of tegenover dit Eeuwige Wezen staande. Maar dit is bedoeld. De
oogenblik kan
hij
„Fontein van alle goed" die in den mensch te vloeien, zoodra
dit hij
Eeuwige Wezen welt, houdt op voor zondaar wordt. Zonder tusschenkomst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's