E voto Dordraceno - pagina 272
ZONDAG
260
XI.
HOOFDSTUK
II.
Hebreeuwsch woord, en ook buiten den Middelaar en lang vóór anderen gedragen.
Wat
Hebr. IV
in
:
8 staat:
„Want
Hem
door
indien Jezus hen in
de ruste geleid had, zoo had Hij daarna niet gesproken van een anderen dag", slaat, gelijk elk Schriftkenner weet, niet op den Middelaar maar op Jozua, den zoon van Nun, gelijk het verband trouwens duidelijk uitwijst. Feitelijk
is
wat men
dus de naam Jezus dezelfde naam als de naam Jozua; iets zoo men óók let op den naam Josua, die in
lichter beseffen zal
Kron. XXIV 11 en bovendien nog wel twintig malen in het Oude 1 Testament voorkomt; vooral na de Babylonische ballingschap. Dat nu bij de Grieken deze naam eerst Jêsoe, en later Jêsoes wierd uitgesproken, ging naar vaste spraakwet; terwijl de Romanen, door wier tusschenkomst wij dien naam ontvingen, eveneens naar de wet hunner talen, dezen naam :
en bij ons Jezus vertolkten. De Italianen spreken het nu nog Jesoe (Jesü) uit; de Franschen laten de s nog weg vóór den naam Christus; de Duitschers hebben ook den oe-klank gehouden; en wij en in Jesu, later Jesus,
zijn de eenigen die meer de uitspraak Jezus hebben. Over den oorsprong van dezen naam zij opgemerkt, dat Jozua, de zoon van Nun, oorspronkelijk Hozea heette en blijkens Num. XIII 16 v.v. dezen zijn naam door Mozes zag omgezet in dien van Jozua; twee namen die in het Hebreeuwsch weinig schelen, want Hozea heet Hoschea en Jozua Je-Hoschua. Deze naamsverandering heeft, evenals die van Abram in Abraham, van Sarai in Sarah enz. goddelijke beduidenis, en men doet verkeerd, zoo men hieraan minder gewicht hecht. Als de hooge God oorzaak en reden vindt, om derwijs aan den klank en den zin van een naam te hechten, dat Hij zelf van Saraï Sarah maakt, dan moet het voor
de Engelschen
:
ons vast staan, dat zulk een schijnbaar nietig wicht heeft. loopen.
Nu
Men mag
niet
oude kerk
uit
toch wel terdege ge-
naam niet bij Ouden Verbonds; en
veranderde ook Mozes Jozua's
woordspeling, maar als Middelaar des destijds de
iets
spelenderwijs over éénig werk
Gods wijze al
heen-
van
verstond
Jozua's dagen zelf nog niet het allergeringste
van de reden, die voor deze naamsverandering bestond, ons is dit nu van achteren door de naamgeving van Jezus reeds volkomen duidelijk geworden, en het geloof verstaat, hoe deze daad van Mozes rechtstreeks op den Middelaar des Nieuwen Verbonds doelde. Mozes had Israël niet kunnen verlossen; en niet Mozes maar Jehovah zelf had in de Schelfzee Pharao en zijn heir verdronken en zijn volk Israël
droogvoets daar doorgeleid.
De man
die Israël als held verlost heeft,
Mozes maar Jozua geweest, en dit inbrengen van Israël was typisch, gelijk geheel Israëls leven in Kanaan van typische beduidenis was; iets wat vooral onze Chiliasten wel mochis
dan ook
in het
niet
land der belofte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's