E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 470
Derde deel
472
XXXIVö. HOOFDSTUK
ZOND.
en ons zedelijk leven. Het
natuurlijk
want men kan
daden,
zijn alle in zeker opzicht zedelijke
zóó voeden, zóó kleeden, zóó verhitten, en
zich
men
zóó onnadenkend of moedwillig bewegen, dat
de gebod en toegeeft aan
III.
zondigt tegen het zes-
luimen en lusten. Maar in den gewonen
allerlei
gang van het leven worden toch bijna
al
volbracht, zonder dat of het
of de wil er veel part of deel
Aan
heeft.
nadenken
deze daden als een vanzelfsheid
aan
deze soort daden, die op het terrein van ons lichaam liggen,
dan
sluiten zich
van andere daden aan,
tal
die deels uit aandrift, deels uit
usantie, ons evenzoo vanzelf afgaan, ook al liggen ze reeds geheel en uit-
sluitend
op het gebied van het zedelijk leven. Zoo steekt ge onwilkeurig
uw hand
uit, als
ge iemand ziet vallen. Als ge een bekende op straat
hem
gen komt, groet ge ge.
vanzelf.
Een
te-
kind, dat de trap niet op kan, helpt
Als ge ergens brand in huis ontdekt, waarschuwt ge de bewoners. En
ware
zoo
van daden
er een geheele reeks
noemen,
te
onwillekeurig en werktuiglijk verrichten, als
we
en met onze longen ademhalen, en waarin toch zedelijke
daad aanwijsbaar
die
we
bijna even
loopen met onze beenen feitelijk
niets
dan een
Tot ge dan ten slotte tot die reeks van hoo-
is.
gere en hoogst zedelijke daden komt, waarbij de natuur, de aandrift en de
gewoonte bijna
niets
te
zeggen hebben, en waarin elke actie vrucht
is
van een welbewuste rechtstreeksche wilskeus.
En zeg nu niet, dat waar wilskeus beslist, elk denkbeeld van een wet want ook dit berust op een misverstand. U is van Godswege voor
vervalt,
uw
longen de wet gegeven, dat ge de bedenkelijke koolstof zult uitademen
en de levendmakende zuurstof zult inademen. Houdt ge nu die wet, en zorgt
dat
ge
er in
uw
vertrek zuurstof aanwezig
zich verwijderen kan, dan
handelt ge in
ook,
meer
stof
in
te
niet straffeloos,
uw
er voor
leeft
met
stikt ge
ge daarnaar, dan
daartegen
Adam
zei:
Ook
dit
in,
en
dan
„Ten dage
is,
bloed
en dat de koolstof blijft
God, en niet weg,
is
dan doet ge
we ons
zoo
als ge
Maar ook,
daarvan straf,
is
u daaraan nu gezond en
uw
stoort ge u daaraan niet, en gaat
den dood sterven. Juist zooals God het
was geen wilkeurige
dit
mogen uitdrukken, een
uw God gegeven. Stoort ge blijft uw innerlijk zielsbestaan
van
zult ge
gezond. Maar er geen zuur-
en sterft ge den dood. En zoo nu ook
zedelijke ademhaling, als
geestelijke levenskracht bloeit.
ge
die
vrij
ademen, en kan de koolstof
maar dan
bepaalde levenswet
zeer
en
strijd
uw wet van uw
ademt ge
eet, zult
tot
ge den dood sterven".
maar de aanwijzing van
het nood-
moest het zijn. Het omdat de werking van de wet Gods onverbreekbaar
zakelijk gevolg, dat uit de zedewet voortvloeide. Zoo
kon
niet anders. Juist
en onverbiddelijk was. Kondt ge in een kamer, die met kooldioxyde gevuld 'is,
uw ademhaling
een tijdlang staken, zoo zou het u geen kwaad doen;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's