E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 134
Derde deel
XXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
136
en den wijn schiep,
geen Schepper
den Middelaar verordineerd
gelijk Hij ze schiep; die
Avondmaal
heeft; en die het heilig
zou
liet
II.
En
instellen.
zijn,
geordineerde in stand hield, zoo
God de Vader,
het
is
nu de Schepper
wijl
zoo Hij niet tevens het door
Hem
die
gewilde en elk
bij
Avond-
maal, het brood en den wijn zijn doet wat ze zijn en ze draagt door het
Woord
en
weer Sacrament doet
Wel
belijdenis
het
het
en
verzegelt.
En
in
verband
dit eerste
te zetten.
Vanzin-
standpunt nu moet ook
dit
we worden ongemerkt
of
op de
getrokken; die zich vooral hierdoor kenmerkt, dat ze
lijn
in het Eeuwige Wezen, stelt; of met den Middelaar vervuld is, dat
niet
sluitend
om
de Zoon, èn de Heilige Geest in dit
voorwerp onzer aanbidding
eigenlijk
onrechte. Bij den heiligen
van God Drieëenig
heihg Avondmaal ingenomen,
Hernhuttersche
Sacrament
op de Doopvragen die schoone, schitterende
wat èn de Vader, èn
over
maar ten
van meet af de behoefte gevoeld,
Doopssacrament ons betuigt en bij
zijn Goddelijk bestel, het
zijn.
onze inleiding
daar in
snede
zij
hier dusver weinig op gelet;
is
Sacrament met de "^
dank
die,
heeft onze kerk
Doop
van den Mid-
zijner kracht; die ons door zijn ordinantie het bezit
delaar bestendigt;
Wezen doordringt. En dit nu mag
mag ook
niet,
niet
als zoodanig,
den Middelaar
in
men liever, zoo schier uithem niet tot het eeuwige
wil
ze door
het heilig Avondmaal, waarin
bij
toch het brandpunt van onze geheele religie
ligt.
nu achte niemand het vreemd, dat we zoo sterken nadruk legWe deden dit in navolging van
Hierbij
den op de schepping van brood en wijn.
wat
zich in Israël
delaar
We
voegde.
het Pascha ontwikkeld
bij
de onderscheidene
zich
malen,
dat
en waarin ook de Mid-
liad,
hij
het Pascha gegeten heeft,
weten toch met genoegzame zekerheid, dat de Joden de
gewoonte hadden, na het rondgaan van den eersten beker, zoodra de schotels op tafel stonden, plechtiglijk deze
zegend
Hij,
zij
tweeden beker, ,
aangeheven: „Gezegend komen." Bedenkt
men
nu,
zelfde lofzegging aanhief,
men
bij
het heilig
wierd,
dan
spreken:
„Ge-
nogmaals de loftoon werd
van het
heilig
aarde heeft doen voort-
met
dat ook de Christus
die voor de instelling
den disch,
zoo
genomen
Hij, die het hrood uit de
zij
uit te
aarde geschapen heeft" ; terwijl na den
die de vrucht der als het brood
woorden
zijn discipelen,
Avondmaal
aan
diende, deze
men, hoe het volstrekt niet gezocht
ziet
is,
Avondmaal ook op den Schepper en Onderhouder
van brood en wijn heenwijst. Ja, er is
nog een andere reden,
Immers
het
met nadruk
was
lofzeide
niet
die hiertoe noopt.
toevallig,
aan dien God,
dat de Jood die het brood
bij
zijn
Paaschdisch zoo
en den wijn geschapen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's