E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 311
Derde deel
,
XXXI. HOOFDSTUK X.
ZOND.
HOOFDSTUK
zijn,
X.
den naam
In
als gij lieden
313
onzen Heere Jezus Christus,
van
en mijn geest samen vergaderd zullen,
met de kracht van onzen Heere Jezus
denzulken over
te
Christus,
geven den satan, tot verderf des
behouden moge worden
vleesches, opdat de geest
in
den dag van den Heere Jezus. 1
Het eerste stuk van de Sleutelmacht gezanten
derhalve
God.
in
mannen getrouw
deze
Zoo
als
zij
hemelen waar en
den Dienst des
mannen
op, die als
zij
in het uitspreken
hun hoorders
Wat
zij
is
het eeuwig in de
daarentegen niet beslissen,
is
zij
leefde,
en
of
er
;
en indien
menis nog op
niet,
dan weet
hem
rust.
Woords kent
Dienst des
nu,
dan weet
ziele werkt. Indien ja,
Zijn
onder
rangschikken. Dit weet God, en wordt ter beslissing
te
overgelaten aan een iegelijk persoon, als die zelf alleen weet, wie hij
heilige
daar uitspreken, voor nu en voor eeuwig
het op den kansel zeggen, zoo
bondig.
van hun
rust.
deze twee soorten van zondaren persoonlijk een iegelijk van
welke van
hoe
5.
4,
:
en op hoedanige zondaren de verdoemenis
zijn,
dan geldt wat
boodschap, bij
alzoo
5
van Godswege uitspreken en betuigen, aan hoedanige zondaren
de zonden vergeven Zijn
ligt
dezen Dienst treden, zoo het wel loopt,
Woords. In
Cor.
hij
op dit oogenblik, boete en geloof in zijn hij
zekerlijk dat zijn
zonden
hem vergeven
even zeker, dat de toorn Gods en de verdoe-
Een derde staat tusschen slechts
was,
hij
De
die beide is er niet.
twee wegen, ten doode of ten leven, en op
één van die beide wandelt elk hoorder; terwijl nu elk hoorder elke week
onder den Dienst des AVoords voor zich
zelf heeft te belijden, of hij leeft
zonder boete en geloof en alzoo nog onder de verdoemenis staat; ofwel met boete en geloof, en dan ook van de vergeving zijner zonden gewis
is.
Bij
het uitgaan niet van een bijbellezing, niet van een oefening, niet van een
maar van eiken Dienst des Woords moet elk hoorden weer onder de eeuwige keur zijn doorgegaan; en altoos moet er van tweeën één gebeurd zijn: hij moet óf opnieuw den zegen hebben
broederlijke
toespraak,
ontvangen,
dat zijn zonden acher zijn rug zyn geworpen, zoodat
uitgaat;
den toorn
óf
Gods
in zijn ziel
keeren in de vollen wetenschap, dat en spel
dat
der
jammere
derhalve
maar,
Integendeel
dat
de
het
Dienst des
vrij
nog buiten boete en geloof staat,
verdoemenis nog op
de
verbeeding. is
hij
hij
hebben ervaren, en huiswaarts
is
hem
rust.
Dit
is
dus geen
volle werkelijkheid. Alleen het
Woords
zich vaak geheel
vreemd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's