E voto Dordraceno - pagina 198
ZONDAG
186
Op
IX.
HOOFDSTUK
I.
we nu intusschen op te merken, dat de Vadernaam door het schepsel óf in engeren zin van den Eersten Persoon in de Drieëenheid kan worden gebruikt, óf evenzoo van het Goddelijk dit
punt aangekomen, dienen
Wezen zonder
Persoonsonderscheiding.
Tegenover het schepsel genomen, is Vader, Zoon en Heilige Geest de Schepper en de Fontein aller goeden, en roepen we het Drieëenige Wezen als onzen Vader in de hemelen aan. Indien we daarentegen nu nader vragen, in welken dezer drie Personen dit Vaderzijn in het Eeuwige Goddelijke Wezen meer bijzonder gevonden wordt, dan luidt het antwoord, dan in het Goddelijk Wezen (d. i. huishoudelijk of oeconomisch) het Vader-zijn in engeren zin toekomt aan den Eersten Persoon. En dit nu drukt de Heilige Schrift uit, door zoo telkens te spreken van den „Vader van onzen Heere Jezus Christus". Deze „eeuwige generatie" van den Zoon door den Vader nu mag nooit opgevat als afgeloopen; tegen deze verkeerde opvatting, zelfs kan niet ernstig genoeg worden gewaarschuwd. De Vader, die van eeuwigheid genereert, genereert ook tot in alle eeuwigheid. Mochten we dus (wat niet kan) de indeeling van den tijd op de eeuwigheid overbrengen, dan zou men moeten zeggen, dat de Vader begonnen is den Zoon te genereeren van voor de grondlegging der wereld; dat Hij al die eeuwen door den Zoon steeds heeft gegenereerd; dat Hij den Zoon nog genereert op dezen eigen oogenblik; en dat de Zoon ook in de toekomst nooit, en tot in alle eeuwigheid nooit anders zijn zal, dan elk oogenblik door den Vader gegenereerd.
ware deze genereering dus steeds onvolkomen aan ontbrak. Neen, op elk gegeven oogenblik is die generatie volkomen; zoo volkomen dat de Zoon eeuwiglijk op het allervolmaaktst het Zoonschap in zich draagt; maar zoo verstaan, dat Hij, de Zoon, nooit of nimmer Zoon is, dan op dat eigen oogenblik uit den Vader gegenereerd wordende. Onder menschen is én het vaderschap én het zoonschap hoogst gebrekkig en onvolkomen. Het vaderschap is door het optreden der moeder gebroken in zijn kracht; want een zeer aanmerkelijk deel van hetgeen tot het vaderschap behoort, gaat hiermee op de moeder over. Dan is een vader eigenlijk slechts ten volle vader op het oogenblik dat hij genereert; maar op dat oogenblik teelt hij wat hij niet kent; het komt buiten en tegenover hem staan; en tegen den tijd dat de zoon mensch wordt en uitkomt, raakt hij van vader af, wordt minder zoon, en wordt straks Niet, dit verstaat
en niet
af,
zelf vader.
men,
zoodat er nog
als
iets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's