Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 169

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 169

Derde deel

2 minuten leestijd

;:

ZÜND.

vandaar evenzoo, dat klaarde

de'

XXIX. HOOFDSTUK

Heere Jezus

zelf het zoo aangrijpend sterk ver-

„Voorwaar, voorwaar zeg ik ulieden,

:

171

Vil.

in u zelven" iJoh.

VI:

58).

één

voor niet

dien zin moeten opgevat, dat

in

zondaar gemeenschap met

gemeenschap haar aanvang vinde des

geen leven

gij

Altegader uitspraken die in geen enkel opzicht

mogen verzwakt worden, maar streng er

van

tenzij gij het vleesch

den Zoon des menschen eet en zijn bloed drinkt, zoo hebt

in het

menschen voor nu achtien eeuwen

Heiland

zijn

is,

tenzij die

vleesch en bloed, dat de Zoon

ons vleesch en bloed heeft

uit

aangenomen. Wij zouden daarover willen heenspringen, en denken

hoe Jezus onze Heiland geworden

er toe, is

het mij genoeg, zoo ik

maar

aan Immanuël hang." En in

geestelijk

Thans

is.

hem

„AVat doet het

hij het,

tot verlossing

is

ziel

een algeheele miskenning

van zondaren. Neen,

van de Vleeschwording des Heeren

God

aan het vleesch en bloed van Immanuël gebonden

;

Raad Gods

die

gaat uit zelf

en deswege

aankleef en met mijn

nu wraakt het Evangelie. Dat druischt

juist dit

tegen de Scheppingsordinantiën Gods. Dat

van den Raad Gods

is

:

onze zaligheid

is

alzoo door

en wee ons,

;

zoo we, wijzer willende zijn dan Hij, die ons heil beschikt heeft, weigeren

ons

geloof onlosmakelijk aan dat vleesch en bloed van den Christus te

hechten,

En daarom nu komt het heihg Avondmaal ons van ons vleesch

heil telkens

en bloed,

en

des Heeren wijzen, dat

Reeds

als

van onze

weer toonen zoo

;

door ons vleesch

immers

juist dien grondslag

ons door brood en wijn weer op ons

uit ons

en

bloed

vleesch en bloed

op het lichaam

genomen

is.

zoodanig staat het heilig Avondmaal dus in het middelpunt

belijdenis.

Maar het gaat nog

verder.

Het maakt ons

„zijn

ware

licliaam en bloed door de werking des Heiligen Geestes deelachtig," gelijk

onze

Catechismus betuigt,

„Het

is

een Sacrament

of

van

zoo als onze Belijdenis nog sterker zegt zijn

lichaam en van

zijn bloed,

om

ons

te

betuigen, dat, zoo waarachtclijk als wij het Sacrament ontvangen en hou-

den in onze handen het eten en drinken met onzen mond, dat wij ook zoo ziel

waarachtiglijk door het geloof, hetwelk de hand en de is,

het

ontvangen Dit nu

ware lichaam onze

in

blijft

ziel tot

mond

onzer

en bloed Christi, onzes eenigen Zaligmakers,

ons geestelijk leven!"

voor u onverstaanbaar en raadselachtig, zoo ge ook maar

één

oogenblik het

uw

vleesch

uitgangspunt loslaat,

dat

de Zone Gods alleen door

en bloed aan te nemen, gemeenschap met u erlangen kon

maar het wordt

natuurlijk en

volkomen

doorzichtig, zoodra ge die grond-

waarheid van het Evangelie onwrikbaar vasthoudt. Immers de Zone Gods

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 169

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's