E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 502
Derde deel
XXXIVö. HOOFDSTUK
ZOND.
504
geworden
niet
te
maar
zijn,
bezat
ze
YII.
meer de macht, om, door
niet
veroordeeling van de zondige gedachte, de zondige daad te keeren.
Zoo
het
is
dan
niet langer twijfelachtig in
des Heei'en staat.
Ook
den zondaar
bij
nog zeker besef van recht en onrecht, van wat
in zijn bewustzijn
baar en schandelijk,
Wet
de
sciëntie, als zoodanig, tot is
welke verhouding de con-
goed en kwaad
over, en
is,
dit zedelijk besef
eer-
wordt
door de consciëntie op een gegeven geval toegepast. Dit zedelijk besef
dan
dan een
niets
overblijfsel
van de natuurwet
is
in ons hart, dat als zoo-
danig met de Wet des Heeren overeenstemt, maar omdat het vaak zoo zwak en onzeker is de bevestiging en verrijking uit Gods Woord en door
Wet van noode heeft. Die zedelijke inhoud van de natuurwet en Wet des Heeren is echter volstrekt de eigenlijke consciëntie niet, het
de
slechts de zedelijke maatstaf dien de consciëntie
De kennisse van Gods doordien zijn
len,
zoekt;
en
bij
bij
Woord
wil zal dus
een tweede zal het gewoon
den derde
zal er
en
is,
is
haar oordeel aanlegt,
den één onder het gewone
bij
besef verzwakt
zedelijk
bij
de
bij
peil da-
Gods Woord
niet
maar aan Gods Wet vreemd;
zijn,
een kennisse van Gods wil wezen, die door het
bevestigd en verrijkt
is.
Hoe
nu iemands kennisse van Gods
rijker
helderder zijn zelfkennis, hoe juister ook de uitspraak van
hoe
wil,
en
zijn
consciëntie zal zijn. Zijn daarentegen èn die kennisse
van Gods wil
èn die zelfkennis, gebrekkig, dan zal ook de uitspraak van de consciëntie
zeer
kennis
gaan.
feil
07ider
En
peil
is
eindelijk de kennisse
dan
gedaald,
nauwlijks eenige zedelijke
zal
bezitten.
men noemt
„de publieke consciëntie" heeft
sciëntie
Woord en Wet
af te gaan, en Gods
gehandeld
te
nog volstrekt beroep op de
uit het feit, dat
hebben, niet,
of
dat
„dat
hij
dus
zijn consciëntie
hem
tuigt niet opzettelijk tegen heter weten in gehatideld
handelen kon. Ging
Wet zijn
hij
dan toch mis, zoo
niet beter kende, en die
consciëntie
niet
hij
beter
Wet
is
verlicht
hem hebt,
zijn consciëntie"
vrij
spreekt", volgt
Alleen in zooverre heeft het
consciëntie altoos hooge waardij,, dat
consciëntie handelde, handelde zooals
op zyn con-
ter zijde te stellen, is niets
iemand zegt „naar
vrij uitgaat.
om
De poging,
dus niet dan een zeer betrekkelijk recht.
dan zelfbedrog. En
zijn zelf-
ook de uitspraak zijner consciëntie
waarde meer
Het zich regelen naar wat
van Gods wil en
te
iemand hiermee hebben.
be-
Wie naar zyn
op dat oogenblik niet anders is te
veroordeelen, dat
te prediken,
kunt ge
hij
Gods
maar zoolang
hem
niet
ge-
van schuld
overtuigen.
Wat we van
Jezus zeiden, betreft natuurlijk alleen zijn eigen zielsbe-
staan; want het spreekt vanzelf, dat er in Jezus, als onze Hoogeprieste r
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's