E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 71
Derde deel
XXVIJl HOOFDSTUK
ZOND.
almachtig door
te willen,
73
I.
God bewerkt, wordt, vindt ge
zijn
alleen in den
Dat kleine wichtje dat ten Doop geheven wordt
Kinderdoop.
een geheel hulpeloos creatuurtje. Het weet niet waar het
is;
is
nog een
het kent zijn
vader noch moeder; het heeft van eenig geestelijk begrip nog niet de
al-
lergeringste kennis of wetenschap; willoos en bewusteloos wordt het op
de armen der liefde naar de Doopvont gedragen. keloosheid,
die
Doop,
op
ligt
het
resultaat
van
ons bidden, willen of denken, maar alleen en eeniglijk
juist
daarom moet dan op het Sacrament van den in het heilig
toch
Avondmaal
willoos te vin-
in dit bewusteloos en willoos wicht de
schuilen
Doop
heiligen
volgen. Zij het toch
met ons bewusteloos en
dat ons aardsche leven begint
den,
den
bij
God voorgaat, God de Heere de Doenei-
der genade
een tweede Sacrament
ook al,
in die wer-
trouwe Vader zorge.
zijn
Maar
nu
en hoe alles wat ons van Gods zijde overkomt, niet het
is,
van
is
juist
schoonst en zuiverst de rijke gedachte uitgesproken,
hoe in heel het werk en Bewerker
En
willoosheid en gedachteloosheid van dit kindeke
kiemen van
een bewustzijn, dat straks uit zal komen, en van een wil die straks wer-
ken
gaat.
En zoo ook
vangen het wel
is
zonde}-
met
het
dit
nieuwe leven der genade.
We
ont-
ons toedoen en buiten ons weten, als willooze en
bewustelooze creaturen, maar toch ook in
dit
nieuwe leven liggen de
kie-
voor een helder bewustzijn, dat in het geloof openbaar zal worden
men
voor een krachtige wilsuiting, die in werken der dankbaarheid schit-
en
teren
Er
zal.
is
dus een overgang uit den bewusteloozen en willooze toe-
stand in een toestand met bewustzijn en wil.
En
strekt
nu de
heilige
Doop
om
dien eersten toestand van bewusteloosheid en willoosheid in het klei-
ne
kindeke en
ivuste
te
symboliseeren
willende
;
daarnaast moest het symbool van het
be-
leven staan in het Sacrament van het heilig Avond-
maal. Vandaar dat diezelfde persoon, die naar den Doop gedragen werd,
naar het Avondmaal zelf op eigen beenen gaan moet. Verscheen
den
Doop
als
onmondige,
hier
mondig gewordene. Werd
bij
bij
het
bij
hem
gehan-
den Doop de persoon desmenschen
het sluimerend kindeke, hier treedt de persoon zelf op. Kortom,
in
was het maal
hij
op als een
ti-eedt hij
den Doop door anderen voor
deld, hier handelt hij zelf. School bij
nog
Avondmaal
bij
den Doop nog het kindeke
in de windselen, hier
bij
het Avond-
zijn die windselen afgeschud, en wordt de gerijpte persoonlijkheid open-
baar in het midden der gemeente.
Sacrament des heiligen Avondmaals, dan zou de indruk van het kerkelijk leven Pelagiaansch zijn, alsof de daad desmenschen de eerste levenskiem zette, en alsof het doen Gods eerst op de wils-
Hadden we
keuze
des
enkel het
menschen
volgde.
En daarom moet aan
het heiUg
Avondmaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's