E voto Dordraceno - pagina 199
ZONDAG Dit alles
Het meer ook is
is
HOOFDSTUK
IX.
187
1.
dus hoogst gebrekkig en onvolkomen.
een schijnsel, een flauwe schaduw van het Vaderschap; maar niet.
Het komt en gaat. Het
licht
en het taant. Het
er en
is
verdwijnt weder.
Maar Hier
is
bij de „eeuwige generatie des Zoons" is geen moeder, maar de Vader het één en
dit alles alles.
voorouders, maar alleen deze Vader. In dien Eéne
wat
uit die
Bron gegenereerd wordt
is
maar
er
is
des Vaders, heel het
zijn er
zijn
één Zoon, en die ééne
Wezen van den Vader
Wezen Zoon in
is
in
geen
heel de Bron.
niet een kind naast een kind,
de Vader slechts één enkelen trek van overstort,
is
geheel anders.
Ook
En
zoodat
elk dier kinderen
het uitgedrukte beeld
dien éénen Zoon.
En
dat
céne heilige Kind niet opgroeiend, niet allengs ontluikend, maar zonder groei of
wasdom, van eeuwigheid
afschijnsel
zijner
tot
heerlijkheid zijnde.
eeuwigheid onveranderlijk het volle om zich allengs, na eenmaal
Niet,
geboren te zijn, van den Vader los te maken, maar om eeuwiglijk eenswezens met den Vader, nooit buiten diens Wezens zijnde, en altoos opnieuw, als we zoo zeggen mogen, door Hem gegenereerd. Zoo wordt dan deze zoon ook nimmer zelf Vader, maar blijft de Eeuwige Zoon, gelijk de Eerste Persoon de Eeuwige Vader is; en gelijk in den Eersten Persoon het Vaderschap zoo is in den Tweeden Persoon het Zoonschap volkomen. Het kind-zijn van ónze liefste kinderen is nooit dan flauwe afschaduwing van het Zoonschap gelijk dit in den Eeuwige schittert. Bij Hem geen „broederen" die het Zoonschap met Hem deelen, of volkomener maken; maar Hij alleen de Zoon in den volstrekten zin, die in dit woord kan liggen. Het Zoonschap in Hem uitgeput; in Hem volmaakt; in Hem al zijn rijkdom toonend. En al wie straks als „broeders" van dien eenigen Broeder worden ingeleid nooit anders zonen dan door zijn Zoonschap. Nooit iets aan Hem toevoegend, maar wandelend in zijn glans.
Deze eeuwige Vader nu van onzen Heere Jezus is om zijns Zoons Christi wille ook de God en Vader van zijn verkoren kinderen op aarde^ is dus de tweede openbaring van het Vaderschap; niet in één Kind Gods, maar in vele; niet in den Eéngeborene of Eeniggegenereerde, maar in vele aangenomenen; niet in de eenheid des Wezens, maar in de gemeenschap des Geestes; niet in den éénen Zoon, maar in
Hier
heilig
zijn vele
Broederen.
Dat tweede Vaderschap nu ligt ten deele reeds in de schepping des menschen. Vandaar dat de evangelist Lucas in zijn geslachtsregister uitdrukkelijk Adam, ook voor zijn bekeering, een kind van God noemt. Zoo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's