E voto Dordraceno - pagina 169
ZONDAG eindelijk
God den
van
HOOFDSTUK
VIII.
Heiligen Geest en onze Heiligmaking,
immanentie én transcendentie zuiverlijk
Want inwoning van den
te
De nauwste
om
én
vereenigen.
Heiligen Geest zegt juist dat de tempel waarin
woont van den Inwoner onderscheiden
Hij
157
III.
is.
vereeniging, en toch de onderscheiding volstrekt.
DERDE HOOFDSTUK. De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen. 2 COR. 13 13. :
In
God in
uw
belijdenis hangt alles
en het
belijdt,
om
kringen begaat,
veel
dingen
te
van
er
af,
wat ge van den Heere uwen men hedendaags
een hoogst gevaarlijke fout, die
is
opkomend
het
geslacht
onderrichten, en ze veel uit den Bijbel
maar
in
en
heilige
allerlei
van
veel
Jezus
te
op te komen, wat een Christen nu eigenlijk te gelooven heeft van den Heere onzen God, van zijn Wezen, zijn Wil en zijn Werk. leeren,
er bijna nooit
Met opzet spreken we daarom over
dit
„heiligste
der heiligen"
iets
breeder.
mensch schendt terstond de zuiverheid van zijn bevan het Eeuwige Wezen. Een zondaar ziet God valsch en belijdt Hem daarom valschelijk. Dat kan niet anders. De zonde belet hem juist te. zien en juist te kennen. Een zondaar is zijn God kwijt, want op hetzelfde Alle zonde in den
lijdenis
oogenblik dat de zonde
Gods ook voor
zijn
wil houden, grijpt
op grond van en nergens
dan óf
in
het vizier zijner ziele komt, gaat het
hij
mis, tast
dit grijpen in het
is,
merken, van
in
te
zon,
En overmits
zielsoog weg.
of wel
hij
in het luchtledige,
ijle,
zijn
heeft behoefte
ontwaren, van
maan en
hij
te
óf in
hout en goud,
't zij
uit
de stof van
of,
die aanwijzing
machtige dieren, óf
natuurverschijnselen, óf eindelijk in een beeld dat uit
en verklaart nu,
God voor een Algod die overal om er iets van te zien, van te
kunnen aanwijzen, en vindt
starren,
Wezen
dan toch God vast
hij
zijn
hij
zelf
in
vreemde
maakt,
't zij
gedachten.
En nadat nu de zondaar in zijn hoovaardij en zelfgenoegzaamheid gezegd heeft: „Laat God de Heere zich maar van mij terugtrekken; geen nood; zoo die God weg is, denk ik een anderen God uit; maak ik zelf een anderen God; of verklaar ik, oppermachtige mensch, wie en hoe God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's